Interview

Aruna Vermeulen

Interview met Aruna Vermeulen, directeur van het HipHopHuis Rotterdam
Door
Eva Visser & Hugo Bongers
Vlakbij het Centraal Station van Rotterdam mengen uitgaan, feestzalen, dansscholen en creatieve ondernemers zich zonder al te veel conflict met elkaar. Daar, in de Delfsestraat, dringt ten hoogte van nummer 19 het geluid van de boxen tot buiten door en is er achter het brede raam een grote studio te zien, vol met jonge mensen die dansen voor hoge spiegels. Hier is het HipHopHuis gevestigd. Puntkomma sprak met Aruna Vermeulen, de directeur van het HipHopHuis. Tijdens haar studietijd koos zij voor break dance, ging ze hierin les geven bij de SKVR en ontwikkelde samen met anderen uiteindelijk een van de meest succesvolle Rotterdamse culturele instellingen. Een interview.

“Toen ik nog op het Marnix Gymnasium zat werden we, via iemand van mijn school die ook theaterregisseur was, benaderd door de GGD voor een theaterproject. Doel van de voorstelling ‘Over de grens’ was jongeren op scholen bewust te maken van seksuele intimidatie. We konden het project goeddeels zelf vormgeven en dat beviel zo goed dat we na afronding van het project besloten samen te blijven werken. Hal 4 (een podium bij de watertoren in De Esch) richtte een theatergroep op, ‘Rotterdams LEF’ was geboren. en hiervoor gingen we meer producties doen. Het samenwerken met andere jongeren was aantrekkelijk, het sociale aspect van het samen theater maken.Vooral het ontwikkelen van het groepsproces en het opbouwen van de band met een publiek vond ik boeiend. Ik was zelf altijd erg betrokken bij de organisatie, wilde niet alleen een acteur zijn maar ook bezig zijn met het hele groepsproces. Acteren bleek ook niet zo voor mij weggelegd, maar dansen, dat ook onderdeel van de voorstelling was, vond ik heel leuk. Daar ben ik er zelf toen verder mee gegaan. Toen Rotterdams LEF werd overgenomen door de SKVR hebben we zelf, de oorspronkelijke groep van Rotterdams LEF, een nieuwe theatergroep opgericht, ‘Rotjong’ heette die. De combinatie van acteren en dansen ging een tijdje goed totdat mijn break dance groep, ’Freelyzone’, een optreden kreeg op televisie en ik niet mee kon, want op hetzelfde moment had ik een première van Rotjong. Dat vond ik zo erg, toen moest ik wel kiezen. Ik koos na de première voor de dans, ik realiseerde me dat dans voor mij veel dieper ging. Ik miste tijdens mijn schooltijd wat. Ik wist niet precies wat, maar er broeide iets. Ik dacht ook altijd dat het op andere scholen leuker was. Toen ik ging dansen, toen ik met break dance begon, vond ik wat ik nodig had. Ik moest wel goed zoeken, want break dance was ‘uit’ en er was nauwelijks aanbod in Rotterdam. Break dance zat erg verstopt, in de achterkamers van enkele buurthuizen. Uiteindelijk kwam ik ergens op de Vierambachtstraat in West terecht waar Hakan een klein gehuurd zaaltje beheerde. Je kon daar gewoon naar toe om individueel te trainen. Ik kwam in de studio van Hakan toen ik 21 was en zat voornamelijk tussen mensen van rond de dertig. Het groepsgevoel was sterk, het voelde als een thuis, was inclusief. Je zit met dertig mensen in een zaal en met de een doe je dit en met de ander dat. Je kijkt wat je wat je buren doen, je kijkt om je heen en je doet het na als de beweging je bevalt. Er is veel interactie tussen mensen die een beweging al kunnen en mensen die het nog niet kunnen. Iedereen heeft zijn eigen specialiteit en daarmee onderscheid je je en bouw je een eigen verhaal op. Door goed te kijken wat anderen doen, door naar hun verhalen te kijken breng je je eigen leren op gang. Je geeft in de break dance je eigen leerproces vorm. Het is je eigen eigen victory als je iets haalt. Het stellen van eigen doelen is erg belangrijk in de break dance. De dansers om me heen in de studio waren erg fanatiek en ik leerde daar om mezelf steeds hogere doelen te stellen, ik bedacht voor mezelf steeds moeilijkere dingen. Ik zat inmiddels op de universiteit, ik had twintig uur college per week en kon daardoor naast mijn studie helemaal in de dans opgaan. Als je met break dance bezig bent leer je jezelf te onderscheiden. Sowieso is ieder lichaam anders, kort of lang, dik of dun, lening of niet en dat lichaam bepaalt ook het programma waarmee je bezig gaat, de invalshoek voor wat je als danser wil zijn. Wat heb je, wat breng je in, wat heb je te bieden, wat hebben we uit te wisselen? Je stelt je tijdens de training op als een spons. Alsmaar oefenen, daar bij Hakan heb ik echt uren gemaakt. Zo werkt het hier in het HipHopHuis nog steeds: naast de groepslessen kan je ook individueel trainen.

SKVR
Het HipHopHuis ontstond spontaan, uit onze eigen behoefte. We waren al een tijdje samen bezig voordat we realiseerden dat we een organisatie waren geworden. Lloyd Marengo, Bennie Semil en ik zijn het HipHopHuis in 2002 begonnen als project van de SKVR. We gaven op verzoek van de SKVR al een paar jaar les in break dance in de dansschool aan de Hennekijnstraat. Er kwamen mensen naar ons toe die voordien nooit naar de SKVR kwamen en zo werden we aantrekkelijk voor de mensen van de SKVR, die vroegen ons om het aanbod uit te breiden. Maar als hiphoppers pasten we moeilijk in het stramien van die organisatie met hun vaste lessen en schema’s, zo werkt dat nu eenmaal niet in de break dance scene. Onze deelnemers wilden na de les nog wel een paar uurtjes individueel trainen. En voor sommigen waren de lessen waren te duur en dan kwamen ze alleen om vrij te trainen. Dat paste allemaal niet zo goed in de systematiek van de SKVR. En de locatie was niet geschikt: de piano’s stonden in de weg, de vloer was te stroef, er was totaal geen hiphopgevoel op de dansschool. We kregen toen binnen de stichting een andere plaats, want er was een belang om ons er bij te houden. We werden geplaatst bij de afdeling Kunst Onder Andere die flexibeler, meer wijkgerichte werkte. Met die wijkgerichte aanpak hadden we eigenlijk ook niet veel mee, want een break dancer is ambitieus, die meet zich niet met ‘iemand uit de wijk’. Ik meet mij als danser niet met de buurjongen, maar met iemand uit de wereld, die met hetzelfde bezig is. Hiphop is heel internationaal. Daarom pasten we ook niet in de wijkaanpak. De vrije training is de basis van hiphop, maar hiphop is veel meer. Kennisoverdracht is voor ons veel meer dan een les, het kan ook een talk show zijn of een battle. Voor de SKVR stonden de cursussen centraal, voor ons waren die meer een bijzaak. In 2007 hebben we ons losgemaakt van de SKVR en zijn we met begeleiding van de SBAW een zelfstandige organisatie geworden. We kwamen in een professionaliseringstraject terecht en voor mezelf kon ik in dat traject mijn eigen ambities wel kwijt. Ik organiseer en faciliteer graag.

fg hhh 5

Ontwikkeling van het HipHopHuis
Nadat we een jaar of vijf bezig waren vertelde een groep jongeren ons dat onze visie achterhaald was, dat we moesten veranderen omdat we anders binnen vijf jaar niet meer bestonden. Ik vond dat positief: ze vertelden ons dit omdat ze betrokken waren. En we hebben naar ze geluisterd. Zoe hebben we het aantal disciplines dat onder de paraplu van het HipHopHuis valt vergroot. Hiphop is de kern, maar er is veel bijgekomen. House dance was de eerste uitbreiding van ons programma, het begin van de verbreding buiten het traditionele hiphopformat. We zijn veel vraaggerichter, veel breder geworden. Vroeger gingen we uit van wat we zelf belangrijk vonden, nu is belangstelling van onze doelgroep ons criterium. Jongeren van nu komen met heel andere vragen binnen. Soms met vragen waar ik persoonlijk van ril. Maar dat moet ik accepteren. Neem bijvoorbeeld dancehall, een dansstijl die oorspronkelijk niet goed in het hiphopformat paste, maar waar wel vraag naar was. Toen we dancehall gingen programmeren hebben we mensen verloren die vonden dat we uitverkoop hielden. Maar we bieden we die dansvorm toch af en toe aan, ook omdat er uiteindelijk toch verwantschap met het hiphopgevoel is ontstaan. Er zijn jongeren die elementen van dancehall combineren met andere stijlen. Die verbreding zie je ook internationaal, maar Rotterdam is toch uniek omdat veel nieuwe generaties in huis hebben gehaald naast de oudere. In veel andere landen zie je een tegenstelling tussen een oude generatie die haar roots in ere wil houden en jongeren. Wij programmeren stijlen naast elkaar, we houden de generaties aan boord, hoewel de nadruk wel ligt bij de jongeren. We hebben enkele kernstijlen die we hier altijd handhaven, naast een wisselend aanbod van andere stijlen, uitstapjes in het alsmaar uitdijende veld van de hiphop. Je zou kunnen zeggen dat hiphop zichzelf iedere keer opnieuw uitvindt.In 2012 konden van we een veel te kleine studio aan de Coolhaven verhuizen naar de Delftsestraat en we zitten nu op een droomplek in de stad. We zijn er erg blij mee, we kunnen hier dans en muziek en beeldende kunst samen brengen, maar het is ook een plek voor rappers die geen behoefte hebben aan een les. En die rap scene leunt weer tegen de scene van spoken word, jonge dichters die op het podium optreden. Daarmee is er een overlap en zo worden we steeds breder en zo blijven we ook voor de lange termijn relevant.

Mannen en vrouwen apart
Toen ik begon was er geen onderscheid tussen jongens en meisjes, maar zo rond 2002 kwamen de aparte battles voor meisjes op. Dat vond ik stom, want het bijzondere van de scene was nu juist dat er geen onderscheid was tussen mannen en vrouwen. Het spel werd er anders door. Ik bleef wel in de scene, maar minder om te dansen in groepsverband en meer individueel: om te jureren, te reizen, te adviseren. Ik had als meisje een voorsprong omdat ik al langer aan het dansen was en daarom werd ik vaak gevraagd om iets te brengen op het gebied van visie en persoonlijkheid in te brengen, minder om skills, de techniek. Achteraf vind ik dat ik zelf artistiek niet de ‘next level’ was. Als ik nu een battle jureer met alleen meisjes dan vind ik dat minder interessant, maar er bestaan nauwelijks meer gemengde optredens. Break dance blijft overigens een veld waarin vooral mannen actief zijn en er zijn maar een paar vrouwen zo goed dat ze met de mannen mee kunnen doen.Hiphop is een verzamelnaam, hiphop is een life style en die is heel breed geworden. Het begon met rap, met break dance en met dj’en, maar het is nu veel breder met veel verschillende dansstijlen, maar ook kleding mode en kunst. Ook qua leeftijd is hiphop veel breder geworden. We krijgen hier kinderen vanaf vier jaar over de vloer. We hebben nu een HipHopHuis-juniorprogramma, voor kinderen vanaf vier jaar, want die doelgroep groeit hard. Oudere dansers komen niet per se voor de lessen, die komen hier ook om te trainen. Ik vind die ontmoeting tussen al die leeftijdsgroepen erg mooi; iemand wordt hier gewaardeerd om z’n kunnen. Als hier iemand van twaalf iets kan leren aan iemand van veertig dan vind ik dat prachtig. Break dance is iets dat kinderen snel kunnen leren, het is ook bedacht door kinderen en met hun onbevangenheid kunnen ze snel iets oppikken. Ik ben zelf pas gaan snow boarden, ik keek naar wat een paar twaalfjarigen deden, ik pikte het op die manier op. Van jongeren kun je leren.Het HipHopHuis is alles bij elkaar; het is een platform voor alles dat onder de noemer van hiphop valt en er komen honderden mensen per week hier. We hebben een vast formeel lesaanbod, met cursussen, we hebben ook veel ruimte voor het informele leren door elkaar te ontmoeten. Een rapper bijvoorbeeld heeft geen behoefte aan lessen, wel aan een plek met goede connecties. Zo ontstaat er een overlap tussen rap, spoken word en hiphopdans.De positie van break dance als discipline binnen de hiphop is smaller geworden. Er zijn meer ‘staande’ dansen bij gekomen, naast break dance waar het gaat om de connectie met de vloer. Die staande dansen zijn nu vele populairder. In die staande dansstijlen, zoals popping, house dance, wacking, vogueing, dancehall, is er meer gelijke verdeling tussen mannen en vrouwen. Er zijn zoveel specialismes binnen de hiphop. Al die dansstijlen hebben hun eigen roots, hun eigen oorsprong en hun eigen leefstijl. Soms, zoals bij vogueing, is dat heel theatraal en spectaculair, die stijl is in de gay scene van New York begonnen.

Battle stand
Er is in die zeven jaar waarin we nu zelfstandig zijn veel veranderd, ook in mijn eigen opstelling. Allereerst omdat ik mezelf niet meer als kunstenaar, als danser opstel. Een break dancer staat altijd in een battle stand. Je bent tegen, er is strijd in je. Dat voel ik nu niet meer. Die bevrijding was een verassende ontdekking voor mezelf. Nu ik geen kunstenaar meer ben kan ik meer ruimte geven aan anderen. Ik waardeer dingen breder, ik kan meer afstand nemen. We hebben nu in het HipHopHuis andere programmeurs en we geven meer ruimte aan andere kunstvormen. Ik hoef me niet meer als kunstenaar op te stellen en wat hier gebeurt mag afwijken van mijn eigen smaak. Wat dat betreft is het HipHopHuis geëmancipeerd van zijn oprichters. Mijn twee collega-oprichters hebben twee jaar geleden het HipHopHuis verlaten. Het was een pijnlijk proces waarvan de wond nog niet is geheeld. Het was een keuze om relevant te blijven op de lange termijn, om de jongeren uit de community de ruimte te geven om zich binnen de organisatie te ontwikkelen. Ik geloof in deze formule, maar omdat het offer zo groot is geweest ben ik er extra op gebrand om te slagen. Ik was toen we met het HipHopHuis begonnen primair artistiek gedreven. Nu zijn we veel breder. Ik ben niet meer de docent of de programmeur, ik werk aan de voorwaarden scheppende kant.Culturele instelling in RotterdamWij zijn het HipHopHuis als een culturele instelling en we bouwen relaties met ze op met andere culturele instellingen in Rotterdam. Bij andere culturele instellingen zit vaak ook vernieuwing en ik wil ons publiek introduceren in andere kunstvormen en op andere locaties. Of de hiphop scene daar zelf op zit te wachten weet ik niet, maar ik vind dat als persoon erg belangrijk. Wij deden de eindpresentatie van onze studenten in de Rotterdame Schouwburg, dat was voor mij een persoonlijke overwinning. Daar staan we dan met ons hele hebben en houwen op het podium van de Schouwburg, dat is erg tof want daar hadden we veel bij te winnen. In Museum Boijmans van Beuningen konden we ook ons eigen ding doen in de setting van een kunstmuseum, dat was ook erg belangrijk. Ik wil continu aansluiting blijven vinden bij andere kunstinstellingen in Rotterdam, mogelijkheden tot samenwerking blijven onderzoeken. Het kost tijd en moeite, maar denk graag mee met het collectief van stedelijke culturele instellingen. Het is voor het HipHopHuis van belang dat we ons flexibel tot de Rotterdamse kunstsector opstellen. Als we ons in Boijmans of de Schouwburg presenteren weet heel de stad het, weet de rest van Nederland dat ook, niet alleen onze scene. Wij positioneren onszelf nadrukkelijk als culturele instelling, want hiphop is, hoe breed dan ook, een kunstvorm. We moeten ons verhouden tot de cultuur van de stad en wat mensen van ons willen. Dat is ons bestaansrecht, daarom krijgen we subsidie. We zijn er niet om jongeren van de straat te houden, we zijn geen maatschappelijk werkers. We werken samen met theaters en musea, niet met de politie of de GGD of jeugdzorg. Dat vinden ze in het buitenland wel vreemd, daar is het sociale aspect veel belangrijker: hiphop als vorm van overleven, om jongeren zingeving bieden. Een artistieke benadering van hiphop zoals wij die hebben vinden ze daar zo’n luxe. Wat ik mis in Rotterdam? Ik mis Nighttown. Ik ben een kind van Nighttown, daar heb ik me kunnen ontwikkelen. Zoveel mensen kwamen daar over de vloer, er waren zoveel programma’s cultuuroverstijgend: hiphop, pop, jazz, film, open podium, hedendaagse muziek, alles was daar te zien en te horen. Daardoor ben ik gevormd en ik niet alleen. Veel mensen die nu actief zijn in Rotterdam zijn daar gevormd. Dat zoiets nu niet bestaat is absoluut een gebrek in de stad. En ik mis als HipHopHuis is directe aansluiting bij de scholen. Daar komen we nauwelijks binnen. Hoewel we niet duur zijn heeft het onderwijs geen geld meer om ons te betalen. We doen vooral dans en dat is blijkbaar toch een te klein, te specialistisch terrein voor de scholen. We bereiken het onderwijs wel enigszins via een samenwerkingsproject met de SKVR. Door de sluiting van De Nieuw Oogst (in de Maassilo bij de Maashaven) hebben wel veel deelnemers verloren die op Zuid wonen. Voor de jongeren op Zuid zou het goed zijn als er daar weer aanbod komt; de afstand tot de binnenstad is voor de jongste generaties toch een bezwaar. Veel jongeren die iets aan hiphop kunnen hebben kunnen we nu niet bereiken.

Beroep
Hiphopkunstenaar zijn is een beroep, jawel. Ik ken behoorlijk wat mensen die hier op in het HipHopHuis begonnen zijn hebben gezeten en er hun vak van hebben gemaakt, die er van kunnen leven. Maar je moet jezelf wel breed inzetbaar maken: lesgeven, modeshows doen, videoclips maken, dansen, optredens, commerciële dingen doen; van alles komt voorbij. We hebben daarom een project opgezet, ‘Tussen scene en sector’, dat gericht is professionalisering. Hoe kan ik van Hip Hop mijn beroep maken, hoe houd ik mij staande, hoe werkt dat, hoe blijf ik succesvol? Dat zijn de vragen die aan de orde komen en die passen in onze visie op talentontwikkeling. Firestarter is het evenement dat uit dit project voortkomt, om jonge mensen te laten zien hoe anderen het hebben gedaan, om voorbeelden te geven.

Advies
Wat als de lezers van Puntkomma niet weten wat hiphop is, of wat wij hier doen? Dan is mijn advies: praat met jongeren. Ga er mee in gesprek. Je kunt hier aan de Delftsestraat altijd binnenlopen, we zijn heel laagdrempelig en kom kijken wat we hier doen. Maar als je het echt wil begrijpen: praat met je buurjongen van zestien en ga met hem naar de disco of naar het HipHopHuis. Of ga een keer op vrijdagavond naar de Lijnbaan.” • EV & HB

Misschien vind je dit ook leuk