Interview

Gabriël Maassen, ex-directeur van Villa Zebra: Villa op Zuid

Een interview met de man die te snel vertrok als directeur van Villa Zebra, een belangrijke kunstorganisatie op Rotterdam Zuid.
Door
Dirk Monsma

Gabriël Maassen: “Na de verhuizing van de Villa naar Zuid is er bewust een relatie gelegd met de scholen in de omgeving. De activiteiten in het onderwijs stonden echter relatief los van wat er bij ons gebeurde. Vanaf de eerste dag is mijn inzet geweest om de scholen dichter naar de Villa te brengen en andersom. Dat is goed gelukt. Alle scholen waar we beeldende lessen verzorgen komen nu óók naar de Villa. Andersom participeren kunstenaars uit de tentoonstelling in activiteiten op de scholen en in de wijk. Die integrale aanpak zorgt voor interessante dwarsverbanden. Tussen de activiteiten onderling maar vooral tussen de kunstenaars en kinderen. Interacties met veel dynamiek en een onverwacht verloop, waarin onderzoek, experiment, samenwerken en creëren op een unieke manier wederkerig werden.

Nieuwe werkelijkheid
Voor kinderen die op school zijn ‘aangeraakt’ door beeldende kunst organiseren we in de wijk ateliers waarmee ze hun interesse kunnen verdiepen. Leerkrachten dragen ze voor  en eventueel gaat er nog iemand met de ouders praten om hen te overtuigen als dat nodig is. De workshops worden gegeven door drie verschillende kunstenaars die ook in de Villa exposeren. Ze gaan vijftien weken lang om beurten na schooltijd met een groep van vijftien kinderen aan de slag en werken volledig vanuit hun eigen ideeën en technieken. De workshops zijn dus ook een ontmoeting met een kunstenaar en zijn werkwijze.

fg vz 5

Toine Klaassen is daar een voorbeeld van. Hij exposeert hier in de Villa met een installatie gemaakt van materiaal van de straat. Als kinderen aan een atelier met hem deelnemen verwachten ze aan het begin misschien penseel, verf en een stuk papier maar Toine werkt op een totaal andere manier. Hij gaat vanuit het niks met de kinderen aan het werk. Door het verzamelen en ordenen van spullen ontstaat een werk zoals hij dat zelf ook vervaardigt. Kinderen kunnen daar helemaal in opgaan. Dat zag je in de tentoonstelling ook regelmatig gebeuren op het moment dat Toine als ‘kunstenaar in huis’ aanwezig was om verder te werken aan zijn installatie. Kinderen spelen dan onbevangen met zijn materialen terwijl volwassenen wel eens verbaasd zeggen ‘dat is toch rommel, wat is hier kunst aan?’ Het leuke is dat kinderen heel enthousiast zijn als zij dat hele proces met Toine hebben meegemaakt. Voor hen is een nieuwe werkelijkheid ontstaan. De kunstenaar op zijn beurt kijkt opnieuw en nu met kinderogen naar zijn eigen werk. De ontmoeting heeft zo een wederkerig effect.

Aanraken onder schooltijd
De Globetrotter op Katendrecht is een van de drie scholen op Zuid waar we wekelijks lessen geven. Daar kiezen wij kunstenaars voor uit die als vakdocent veel ervaring hebben. Zij geven onder schooltijd les aan alle leerlingen en er is een buitenschools blok voor liefhebbers. Deze vakdocenten zorgen dat alle aspecten van goede kunsteducatie aan bod komen. Zij geven aandacht aan het maakproces, zij reflecteren met de leerlingen op de werken en de kinderen richten samen een expositie in. Wil de Globetrotter graag een ouderavond? Dan werkt de Villa daar aan mee en informeren we ouders over het belang van cultuuronderwijs.  Resultaat was dat veel kinderen zo enthousiast geworden waren dat ze in de vrije tijd door wilden gaan. Die workshops werden op hun beurt weer zo populair dat we er een blok aan hebben moeten toevoegen.

Ateliers als ontdekkingsplek
De Globetrotter gaat volgend schooljaar een nieuw pand betrekken aan de Tolhuisstraat op Katendrecht. Het plan is om daar samen een echt fysiek atelier te maken, waar leerlingen uit de wijk na schooltijd terecht kunnen. De school faciliteert de ruimte en wij zorgen voor een inhoudelijk programma. Het wordt een plek waar kinderen vrij kunnen werken, nieuwe ontdekkingen kunnen doen met materiaal of misschien wel over zichzelf en de wereld om hen heen. Dat is een manier die heel goed kan werken. In de wijk, dichtbij huis, in structurele samenwerking met scholen, als onderdeel van een keten van samenhangende activiteiten.

Magie
Mijn moeder heeft een tekening bewaard van de basisschool toen ik tien of elf jaar oud was. Het is een stripverhaal met kleine tekeningen van mijn geboorte tot mijn dood waarin ik voorspellend tekende hoe ‘beeld’ een rode draad zou zijn.

Ik maakte op die leeftijd zelf filmpjes met een superacht camera en koos daarom heel bewust voor een middelbare school waar ik eindexamen kon doen in de creatieve vakken. Die mogelijkheid bestond toen alleen nog experimenteel. Het werd de Berger Scholengemeenschap. Een kleine school waar enthousiaste docenten oog hadden voor de individuele interesses van leerlingen en waar ik een film mocht maken voor m’n eindexamen tekenen. Die kans was de basis voor wat ik daarna ben gaan doen.

Villa op Zuid
Het is belangrijk dat de Villa op Zuid staat. De kinderen in deze wijk worden mede door het onderwijsbeleid van de gemeente heel erg aangesproken op hun cognitieve prestaties terwijl ze juist met die andere talenten misschien een succeservaring kunnen opdoen over school of zichzelf.

Lat hoger
Ik wil niet te veel ingaan op de vergelijking Amsterdam en Rotterdam. Maar toch… Het College van B&W in Amsterdam heeft een helder besluit genomen over het belang van kunst- en cultuureducatie. Goed onderwijs bestaat niet alleen uit zaakvakken. Deze boodschap is in heel korte tijd bij alle basisscholen geland. Het helpt als de wethouders van cultuur en  van onderwijs zich gezamenlijk hard maken om scholen en schoolbesturen hiervan te overtuigen. Hier in Rotterdam kreeg een school bij een aanvraag voor ‘Beter presteren’ het commentaar dat er teveel cultuur in het programma zou zitten. De lat hoger leggen is de boodschap van het convenant dat de gemeente met schoolbesturen sloot. Stel je voor dat je dat op een sportdag zou doen. Is het resultaat dan uiteindelijk niet vooral dat er minder kinderen overheen komen? In de samenwerking met ‘MAAS theater en dans’ merken we dat scholen die profiteren van extra subsidie na een jaar al ontdekken wat een geweldige meerwaarde de samenwerking  voor hen met zich meebrengt. Als je tegelijkertijd actief werkt aan draagvlak in de hele school ontstaat ook de bereidheid zelf te investeren.

 

Sponsoring
De financiële positie van een kleine culturele organisatie is door de bezuinigingen in de cultuursector van twee jaar geleden nijpend geworden. Wij ondervinden nu pas  wat de bezuinigingen betekenen, omdat we nu bijna twee jaar in die werkelijkheid leven. De Villa heeft zich aangepast aan de nieuwe situatie en begroting en activiteiten met elkaar in evenwicht gebracht. Vervolgens hebben we het eigen verdienvermogen vergroot en geprobeerd geld uit andere bronnen te putten. Sponsoring lukt echt niet. Ik heb van alles geprobeerd, bijvoorbeeld bij ING, bij  Shell waar al eerder mee was samengewerkt. Het mocht niet baten. Bedrijven kiezen met hun merk voor grote zichtbaarheid. Die kunnen we als kleine instelling moeilijk bieden. ING verbond zich bijvoorbeeld aan het Rijksmuseum. De Raad voor Cultuur schreef onlangs ook dat de mogelijkheden voor sponsoring veel minder groot zijn gebleken dan Zijlstra destijds veronderstelde.

Fondswerving
Fondsen ondersteunen Villa Zebra zeer ruimhartig maar financieren inhoudelijke programma’s en bijvoorbeeld niet de vernieuwing van de website of activiteiten om nieuwe bronnen van inkomsten mee te ontwikkelen. Ik wilde onze tentoonstellingen graag uitzetten naar andere steden. Met Enschede is dat succesvol uitgeprobeerd. Wij ontwikkelen een tentoonstelling en vervolgens neemt Enschede die over. Dat wilde ik van Heerlen tot Groningen proberen. Maar het ontwikkelen en uitzetten van zo‘n business plan kost eerst geld voordat het iets oplevert. Ik kreeg het niet gesubsidieerd.

Er is door de bezuinigingen te weinig geld voor kleine culturele instellingen om nieuwe ontwikkelingen te ontplooien. Terwijl juist dat soort initiatieven als een vliegwiel kunnen werken voor nieuwe inkomstenstromen.

Luikjes
Ik ben één dag in de week voor de klas blijven staan sinds mijn stage op de Pabo. Omdat het een prettige afwisseling is met leiding geven en beleid maken. Heel direct. Ik ziet meteen terug wat ik doe. Als ik goed kijk en luister zie ik ter plekke luikjes open gaan naar een onbekende wereld, naar nieuwe gedachten en inzichten.

Misschien vind je dit ook leuk