Architectuur

Terugblik op het Rotterdamse architectuurjaar 2016.

In 2016 vierden we dat 75 jaar geleden de wederopbouw startte. En misschien is die nog altijd niet voltooid. Want meer dan andere steden is Rotterdam nog altijd hevig in transformatie. Ook al werden grote projecten dit jaar niet voltooid, 2016 was toch een bijzonder jaar voor Architectuurstad Rotterdam. Niet omdat er nieuwe iconen kwamen, maar omdat andere belangrijke stappen werden gezet om de stad te verbeteren. Een hoofdrol was daarbij weggelegd voor de Coolsingel.
Door
Arnold Westerhout

Laten we eens terugkijken naar ‘Rotterdam als stad van architectuur’ in 2016. Nu u er zo over nadenkt: bent u er misschien wat teleurgesteld over? Verkeert u nog in de roes van iconische architectuur van de afgelopen jaren? Verlangt u intussen al naar nieuw architecturaal spektakel? 

Vast wel. Logisch ook. 

Beeldbepalende projecten raken immers een belangrijke snaar in het Rotterdamse omdat ze de trots op de stad vergroten. Dat is helemaal niet vreemd. Stedelijke trots is een essentiële bouwsteen van elke stedelijke cultuur die in de vaart van de hedendaagse stedenconcurrentie opgaat. Na een imago dat vanaf het einde van de jaren ’60 down the drain was gegaan, neemt de concurrentiepositie van Rotterdam sinds een aantal jaar een grote vlucht. Met als vaandeldrager van dit alles de Rotterdamse architectuur en architectuurwereld, die bestaat uit een indrukwekkende groep architectenbureaus, een uitzonderlijke verzameling gebouwen van grofweg onze ’eigen’ tijd en een levendig debat dat tot in de haarvaten van de stad gevoerd wordt. 

Meer dan in andere steden is ‘architectuur’ een thema voor iedereen: van bejaarde mannen die in scootmobiels de bouwputten afrijden tot architectuurcritici uit binnen- en buitenland. Overal wordt gesproken over de architectuur van de stad: in de tram, op VersBeton, in de reactievelden op Rijnmond.nl, via ingezonden brieven in het AD, tijdens lezingen in Het Nieuwe Instituut en debatten in Arminius. 

2016 bracht desalniettemin relatief weinig stof voor discussie. Op MVRDV’s tijdelijke trap tegen het Groothandelsgebouw na werd geen opzienbarend gebouw (of bouwwerk) opgeleverd, noch werd de bouw gestart van een nieuw iconisch project. Er waren wel vele berichten in de media over nieuwe beeldbepalende architectuur, sommige veelbelovender dan andere . U heeft misschien gehoord over de plannen voor het Zuidplein en het nieuwe stadion voor Feyenoord. En wat het centrumgebied betreft was er natuurlijk het nieuws dat het Collectiegebouw van Museum Boijmans Van Beuningen nu werkelijk gebouw kan gaan worden. Althans, zo lijkt het.  

Wat nieuwsberichten betreft spande de voortijdige aankondiging van de bouw van woningproject Zalmhaventoren misschien wel de kroon. Na oplevering zou het opvallende Empire State Building-achtige gebouw de met afstand hoogste woontoren van Nederland zijn. Daarnaast zouden over een jaar of vijf bezoekers er vanaf een sky deck op zo’n 200 meter hoogte over de stad uit kunnen kijken. Tenminste, als het aan de ontwikkelaar en andere voorstanders ligt. Het project stuit op hevig verzet en mede daarom werd de bouw van de toren de afgelopen jaren al vaker uitgesteld. Meer dan de helft van de nieuwsberichten over grootschalige projecten blijkt neer te komen op de aankondiging van de bouw van een luchtkasteel. 

Betrouwbaardere plannen blijken door de gemeente geïnitieerd, die de openbare ruimte aangaan en een meer algemeen belang dienen. Wat dit betreft onderscheidde dit jaar zich van voorgaande jaren door herinrichtingen en herinrichtingsplannen van ‘het publieke domein’. Zo werd flinke vooruitgang geboekt met de nieuwe bestrating en beplanting op de Binnenrotte en rondom het station Blaak. Nieuwe plannen werden gepresenteerd voor het Grotekerkplein en het Museumpark. En na jaren ploeteren werden de stationsallee en aaneengesloten  Kruisplein opgeleverd. 

Wat de (brede) discipline van architectuur betreft was 2016 daarom eerder het jaar van de stedenbouw en de landschapsarchitectuur dan het jaar van de gebouwen. Als in de voorgaande jaren cruciale gebouwen werden toegevoegd, werd in 2016 een wezenlijke slag geslagen om van Rotterdam meer te maken dan een gefragmenteerde stad; een grauwe verzameling gebouwen met een lage ‘verblijfswaarde’.

Want wie voor het Centraal Station gaat kijken, zal zien dat enorme samenhang is bereikt in het gebied tussen Westersingel en de pui van het station doordat betontegels zijn vervangen door rood natuursteen en zichtassen zijn gemaakt langs ordelijk geplaatste rijen bomen. Of je het nou mooi vindt of niet. Op vergelijkbare wijze zal de ratjetoe van bouwstijlen die het Binnerotte-gebied vormt van meer samenhang worden voorzien nadat het ontwerp van OKRA Landschapsarchitecten helemaal is uitgevoerd met goed doordachte keuzen voor groen, bestrating, zitranden en landschappelijke elementen.

Vergelijkbare ambities van landschapsarchitectuur en stedenbouw kwamen prachtig samen rondom de Coolsingel; dit terwijl de afgelopen jaren geen begin is gemaakt met grootschalige nieuwbouwprojecten die het karakter van de avenue drastisch zouden wijzigen. Herinnert u zich bijvoorbeeld de plannen voor de circa 190 meter hoge Coolsingeltoren nog, waarvoor onder meer het Oude Luxortheater gesloopt zou moeten worden? Die kwam er uiteindelijk dus niet. Als je goed kijkt naar wat er het afgelopen jaar is gebeurd –of wat dan vooral niet is gebeurd - kan je misschien concluderen dat het Coolsingelgebied een periode van architectonische en stedenbouwkundige stabiliteit is gegund. 

Recent werd bijvoorbeeld de renovatie van Coolsingel 6, naast het Stadhuis, gestart. Het gebouw werd in de jaren ’50 opgeleverd en in de decennia erna met de beste bedoelingen verminkt. De ambitie van de huidige ontwikkelaar is om ‘Cools’ de oorspronkelijke open en modernistische uitstraling terug te geven. Hierdoor kan het gebouw vast lang genoeg mee om de voortwoedende storm van afgunst voor naoorlogse architectuur te doorstaan. 

Het kantoorgebouw, met ruimte voor een levendige horecaplint, symboliseert het tweede (naoorlogse) leven van de Coolsingel. Eens achterhaalde opvattingen over proportie, omvang en stijl, zoals in panden als deze terug te zien is, worden gehandhaafd of voortgezet. Anders dan elders in de stad wel gebeurt, of is gebeurd, wordt hier geen flitsende nieuwe, architectuur gerealiseerd die het karakter van het gebied drastisch zou veranderen. Sterker nog: de bestaande signatuur is een leidend principe bij nieuwbouw. Andere blokken in het noordelijk deel (grofweg het stuk tussen Bijenkorf en Hofplein) zijn of worden nog onder handen genomen met zeer vergelijkbaar ‘respect’ voor de bestaande architectuur van de wederopbouw. 

Misschien kan je wel zeggen dat de waardering voor deze stijl groeit. Zo ook als je kijkt naar de nieuwbouw die (wel) wordt gerealiseerd. Bijvoorbeeld het project Cool63 dat in 2014 werd opgeleverd (enigszins in plaats van de Coolsingeltoren) en waarin dit jaar sportwinkel Decathlon zich vestigde. Het gebouw heeft een gevel aan drie zijden: het Stadhuisplein, de Coolsingel en de Kruiskade. De vierde wand is direct tegen het Oude Luxortheater gebouwd. Cool 63 verving het pand van de voormalige Slavenburgs Bank. Het is nauwelijks groter dan zijn voorganger en relatief even onopvallend, zeker voor een grootschalig nieuwbouwproject in het centrum van de stad. Als je niet beter zou weten zou het door kunnen gaan voor een grondige update van het oude gebouw. De gevels van glas en natuursteen zijn conservatief en op een wijze geordend die typisch is voor de vroeg-naoorlogse periode. 

De aanpak van dit pand lijkt trendsettend te zijn voor in elk geval het noordelijk deel van de Coolsingel. Voor het Holbeinhuis, ‘Coolsingel 75’, aan de andere zijde van het Stadhuisplein, werden het afgelopen jaar plannen gepresenteerd waarvoor, net als bij nummer 63, beloofd wordt de bestaande stedelijke structuur te handhaven. En daarmee in feite te benadrukken. De belijning van het wederopbouwpand zoals dat door J.J.P. Oud werd ontworpen, dat wil zeggen voor de verpestende modernisatie die in de jaren ‘80 plaatsvond,  zal in het ontwerp voor het nieuwe pand door Klunder Architecten worden overgenomen. 

Al deze voorbeelden demonstreren dat het Coolsingelgebied een fase van ‘tijdloosheid’ is ingegaan, ‘van monumentaliteit’, zoals het afgelopen jaar symbolisch werd bevestigd met het aanwijzen van het Hiltonhotel als rijksmonument. 

Aangenomen dat er een duidelijk verschil is tussen beeldbepalende architectuur die op zichzelf staat (architectuur van de ‘iconen’) versus de architectuur die minder opvallend is doordat het – als het ware – opgaat in de structuur van de stad, is de tweede categorie essentieel voor het creëren van een verbonden en vloeiende stedelijke ruimte. We kennen Parijs en Amsterdam als coherente steden, voornamelijk door het gelijkmatige karakter van de respectievelijk overwegend negentiende-eeuwse en zeventiende-eeuwse architectuur. Die vormen immers grotendeels de kern van het centrum van die steden. 

Het willen creëren van samenhang is een van de ambities van het door West8 gepresenteerde plan om het Coolsingelgebied opnieuw in te richten. Het meest opvallende aspect van het ontwerp is de brede, iets opgetilde, zogenoemde ‘esplanade’ van natuurstenen plaveisel dat nauwelijks onderbroken van Hofplein tot de Schilderstraat / ‘verlengde Witte de Withstraat’ door zal lopen. De nieuwe Coolsingel moet de kers op de taart van de gemeentelijke werken zijn die sinds een jaar of tien uitgevoerd worden onder operatie ‘City Lounge’. U kent de termen die erbij horen wel: ‘groene ruimte’, ‘ruimte voor fietsers’, ‘ontmoeting’, ‘hoogwaardig verblijfsklimaat’ en ‘stad als huiskamer’. Ondanks dat de uitvoering van het plan zo’n 12 miljoen euro meer zou gaan kosten, werd afgelopen december met veel enthousiasme groen licht gegeven door de gemeente Rotterdam voor het voorstel van West8. En dat is goed ook. 

De opstelsom van coherente architectuur, een heldere stedenbouw en een intelligente landschappelijke inrichting zal van de Coolsingel een overtuigende avenue maken. Het markeert een nieuw hoogtepunt in de ontwikkeling van het Rotterdam van deze tijd; een stap voorwaarts die nauwelijks overschat kan worden. 

Hoe lang en hoe vaak is niet gezocht naar ‘het hart van Rotterdam’, of ‘een nieuw hart’  voor de stad? Daarbij werd vaak uitgekeken naar een nieuw en omvangrijk, soms zelfs adembenemend, bouwproject zoals de Beurstraverse, het Schouwburgplein, het Centraal Station, de Markthal en –wellicht- de nog te bouwen Zalmhaventoren. De door de tijd ingehaalde Coolsingel werd almaar over het hoofd gezien. Tot in 2016. De crisis ligt achter ons, evenals het momentum om iconische hoogbouw op de plaats van de monumentale wederopbouw-dozen te zetten die dit gebied zijn karakter geven en zullen blijven geven. Dankzij ontwikkelingen die het afgelopen jaar in gang werden gezet is Rotterdam binnen nu en drie jaar misschien niet zozeer een ruim 200 meter hoge woontoren rijker, maar een gestroomlijnde, 2000 meter lange pompende aorta. En daarom was 2016 misschien wel het jaar van de Coolsingel. - AW

Misschien vind je dit ook leuk