Kunst

Spoken word: kunst, ondernemerschap en activisme

Een snel groeiende kunstvorm, zo zou je ‘spoken word’ wel kunnen noemen. Een kunstvorm die bijzonder populair is in Rotterdam. Zeker in de jongerencultuur is spoken word heel zichtbaar. Door kunstinstellingen wordt spoken word nu serieus genomen. Spoken word heeft daarnaast een maatschappelijk-politieke doelstelling: ‘Geef jongeren de woorden waarmee ze zichzelf kunnen empoweren en de wereld kunnen veranderen.’ Een tekst over de precaire balans tussen poëzie, dichtkunst, maatschappelijke verandering en cultureel ondernemerschap.
Door
Hugo Bongers & Henk van Dillen

Wie naar een optreden van een spoken word artist gaat (we houden hier de schrijfwijze van de ‘scene’ aan) hoort en ziet een dichter optreden. Maar wel een expressieve dichter, die met handen, voeten en mimiek werkt. Een dichter met een sterke ‘beat’ in zijn of haar voordracht. Een dichter die eigen ervaringen onder woorden brengt, die maatschappelijk gekleurde teksten uitspreekt. Spoken word doet denken aan het werk van de beat poets, de schrijvers die in de jaren vijftig aan de westkust van de Verenigde Staten optraden. Maar ook aan het werk van de ‘Last Poets’, de zwarte dichters die vanaf 1968 in New York gedichten met een politiek-maatschappelijke inhoud lieten horen en die aan de basis van de hiphop staan. Toch steken de historische wortels van spoken word nog veel dieper in de grond.

Wortels

“Spoken word is direct geworteld in orale cultuur”, zegt stadsdichter Derek Otte. “Toen er nog geen schrift was werd alle kennis mondeling overgebracht. Afrika heeft een sterke, duizenden jaren oude vertelcultuur, het is dus niet vreemd om te zeggen dat spoken word zijn roots op het Afrikaanse continent heeft. Maar ook in Europa, in de Middeleeuwen, werden sacrale boodschappen mondeling op rijm aan elkaar doorgegeven. Spoken word is nu heel populair onder grote groepen jongeren en ik denk dat dit komt door de sterke band met hiphop. Mede via rap is spoken word populair. Veel mainstream rap is qua tekst voor veel luisteraars minder interessant geworden; spoken word richt zich sterker op de inhoud van de teksten, de kunstvorm ligt ergens tussen rap en dat wat we officieel poëzie noemen. Voor mij is spoken word overigens gewoon hiphop én poëzie, klaar uit, ik denk niet in hokjes. Ik schrijf gedichten op papier en ik draag ze voor op een podium, dat bestaat gewoon naast elkaar. Ik vind de openheid van de hiphopwereld wel positief vergeleken bij de meer gesloten traditionele dichterswereld. Bij jongeren slaat die laatste helemaal niet aan en ik vind die dichterswereld ook eenzijdig. Een traditioneel dichter kan makkelijk optreden op een spoken word podium maar omgekeerd kom je er niet makkelijk tussen. Die traditionele poëziefestivals zijn vaak bijzonder exclusief.”

Poetry International

Bas Kwakman is directeur van het Rotterdamse Poetry International, een van de grootste poëziefestivals van de wereld. Een autoriteit als het gaat om de verhouding tussen poëzie en spoken word, dachten wij van Puntkomma, toen we op zoek gingen naar verschillen en overeenkomsten tussen beide kunstgenres. Poetry International werkte vorig jaar samen met de wereld van de spoken word artist in de vorm van een ‘fringe festival’ met de naam 010 says it all. Wij bezochten zowel het officiële festival als de fringe en genoten van beide.

“Spoken word is sterk gebaseerd op het ver-talen van de eigen leefwereld, op het delen van het eigen levensverhaal van de kunstenaar”, zegt Bas Kwakman. “De poëzie van de dichters waar wij mee werken is meestal autonomer, meer gericht op de taal zelf. Poetry International is een festival dat de beste dichters uit de hele wereld naar Rotterdam haalt; wij hebben voornamelijk een internationale taak, minder een lokale. Maar zoals we vroeger ook Slam-festivals ondersteunden, zo ondersteunen we nu spoken word. Dat deden we afgelopen jaar door naast Poetry International mee te werken aan een fringe festival, 010 says it all. Dat kon dat jaar pas voor het eerst, want de wereld van spoken was daarvoor erg verdeeld. We hebben in onze stad zo’n zesentwintig podia voor spoken word, het leeft enorm in Rotterdam, het is een taalvorm die veel jonge mensen aantrekt. Wij vinden het van belang dat jonge mensen taal ontdekken en ermee leren spelen. Toen de Rotterdamse wereld van spoken zich verenigde en via Rotterdam Festivals bij ons terecht kwam konden we samen met hen het fringe festival opzetten. En daar gaan we de komende jaren graag mee door.”

“Neen, de overlap tussen het traditionele publiek van Poetry International en de optredens van spoken word artists was deze eerste keer niet groot. Het bleven redelijk gescheiden publieksgroepen. Behalve tijdens de galerietochten waarbij bezoekers langs een aantal galeries fietsten, daar beeldende kunst bekeken en naar dichters en spoken word artiesten luisterden. Het galeriepubliek waardeerde zowel de internationale dichtkunst als spoken word. Ook tijdens de optredens op het Schouwburgplein mengde beide groepen zich. Daar gebeurde ook iets interessants. We hadden Harry Man geprogrammeerd, een Engelse dichter met een bijzonder sterke podiumpresentatie. Autonome poëzie, maar in haar vorm dicht tegen spoken word aanleunend. Harry Man staat eigenlijk midden tussen beide vormen. Zijn optreden gaf achteraf veel discussie: is dit spoken of niet? Dat vond ik eigenlijk de belangrijkste ervaring. Want spoken is een jonge kunstvorm, nog volop in ontwikkeling en dan is er nog niet veel ruimte voor experiment, voor verbreding en verdieping. Voor afwijkende vormen. Dat gebeurde wel op het Schouwburgplein waar die discussie ontstond.”

Woorden Worden Zinnen

Elten Kiene is spoken word artist, presentator (host), organisator, docent en producent van spoken word optredens. Elten Kiene, vinden wij, is een voorbeeld van een cultureel ondernemer pur sang. Wij stelden hem vragen over zijn ontwikkeling als spoken word artist en over zijn ondernemerschap.

Kiene: “Ik ben opgegroeid in Dordrecht, vanaf mijn achttiende studeerde ik op het Grafisch Lyceum in Rotterdam en daarna nog een paar jaar op de Willem de Kooning Academie. Direct na het Grafisch Lyceum was ik al, in de zomer van 2006, als creatief ondernemer begonnen en dat ondernemerschap ontwikkelde zich, ook in de tijd van de kunstacademie. Op die academie leerde ik conceptueel denken, ik begon korte teksten voor mezelf te schrijven, maar ik heb de kunstacademie niet afgemaakt. Ik voelde me daar toch onzeker, ik ben nogal visueel ingesteld en zag mezelf niet de komende decennia in dat wereldje van de grafische vormgeving rondlopen. Het ging inmiddels wel goed met mijn eigen onderneming; ik was vijfentwintig jaar en begon toen helemaal voor mezelf, om te beginnen samen met Wesley Loos met Woorden Worden Zinnen.”

“Als bezoeker ging ik in de jaren daarvoor al naar Crime Jazz, het programma met onder andere spoken word in Rotown. Een klasgenoot op de academie wees me op het HipHopHuis en ik begon daar spoken word workshops te volgen. Lennart Pieters nodigde me uit voor m’n eerste optreden in Hostel ROOM in Rotterdam en van daaruit ontmoette ik veel mensen in de scene, toen ging het steeds sneller met optredens. Later, nadat Woorden Worden Zinnen van de grond gekomen was, ging ik ook naar de Speyksessies in Galerie Frank Taal georganiseerd door Lennart Pieters. Maar Crime Jazz en de Speyksessies hielden op te bestaan, er was toen nog niets anders in Rotterdam en voor spoken word optredens ging ik daarna naar Amsterdam. Daar had je maandelijks het programma Mind the Gap. Met ons programma Woorden Worden Zinnen hadden we in mei 2010 de eerste aflevering in Dordrecht, waar ik toen nog woonde, en het was gelijk een groot succes. Het programma bestaat nu acht jaar later nog steeds en we programmeren in de hele Randstad. In ieder geval regelmatig in de grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Dordrecht en we maken uitstapjes naar Schiedam, Spijkenisse, Delft…”

“Intussen ontwikkelde Woorden Worden Zinnen zich steeds. We zijn wel kritischer geworden op de kwaliteit van de optredens, we programmeren nu meer op kwaliteit dan in het begin, de kunstenaars die deelnemen worden beter. We letten meer op de diversiteit in het programma: vrouwen naast mannen, diverse culturele achtergrond, singer-songwriter naast spoken word en dergelijk. Ik vind het nog steeds spannend om het programma te maken. We nemen de artiesten serieus, we eten tevoren met z’n allen, het is een soort familie, daarom houden we het al zo lang vol.”

Brooklyn Mozes, die – inderdaad – in Brooklyn werd geboren maar in Rotterdam opgroeide is op verschillende terreinen actief. Ze treedt als kunstenaar op podia op, ze is ook producent. “Samen met een paar andere mensen maak ik onderdeel uit van productiehuis FLOW. Een belangrijke activiteit van dat productiehuis is het spoken word gala, dat is twee keer per jaar in Theater Zuidplein. De aankomende editie is BLACKFLOW en de volgende editie in november dit jaar is Shakespeare versus modern hiphop. Een gala dat we van het begin tot het eind helemaal zelf verzorgen. Productiehuis FLOW heeft meer activiteiten op podia, we begeleiden daarnaast ook kunstenaars en verzorgen hun boekingen. Dat allemaal in Rotterdam Zuid, in de Afrikaanderbuurt, en dat is een goede plek voor ons. Naast optreden als spoken word artist, binnen en buiten Rotterdam, heb ik zelf ook een event Rappen om de Hoek en daarnaast een label en een studio.”

Brooklyn Mozes stond al jong op het podium. “Ik heb altijd wel voor mezelf geschreven, al vanaf mijn jeugd. Toen ik veertien was werd mijn broer vermoord. Toen dat gebeurde kreeg schrijven een andere dimensie, ik zette mijn pijn en emoties om in woorden. Het publiek begreep mijn pijn en leefde met mij mee. Vanaf het moment dat ik kennis maakte met Y.M.P. en de flow family ben ik meer en meer gaan optreden, ik heb daarmee en met de mensen van FLOW mijn pijn in iets positiefs kunnen omzetten. Ik begon met spoken word omdat veel mensen in mijn omgeving rapten en ik wilde iets anders doen. Ik luisterde naar spoken word en dacht: dat kan ik ook.”

“Ik heb mijn zus geholpen met haar rapdroom door een opnamestudio te maken. Ik heb toen ook een label opgericht waaronder zij haar werk kon uitbrengen. Mijn zus is nu druk bezig in Londen haar carrière in de rap verder vorm te geven. Andere artiesten maken nu ook van de studio gebruik en vallen onder het label.”

Taalontwikkeling

Spoken word is een kunstdiscipline met een sterke maatschappelijke werking. Spoken word kunstenaars en organisaties zien hun werk niet als l’art pour l’art; ze hebben een duidelijk maatschappelijke functie. Ze stimuleren jongeren om op een slimme manier met taal om te gaan. “Taal en taalontwikkeling, daar gaat het mij om”, zegt stadsdichter Derek Otte, “daarom wil ik niet in labels blijven denken. Ik verzorg een cursus spoken word in het HipHopHuis en ik ben docent van het keuzevak spoken word op de Hogeschool Rotterdam. Ik stel in mijn lessen taalbeheersing centraal. Ik koppel de belevingswereld van de deelnemers aan een taaltechniek. Zo onderzoeken we bijvoorbeeld hoe alliteratie werkt, hoe je metaforen gebruikt. De studenten krijgen huiswerk, ze moeten iedere week een tekst inleveren en dat bespreken we met elkaar, waarna iedereen voordraagt, zo gaan ze zelf herkennen hoe het steeds beter kan.”

Kunstenaar Elten Kiene staat behalve op het podium ook voor de klas en werkt met groepen. “Spoken word gaat voor mij verder dan het simpel voordragen”, zegt hij. “Ik gebruik het als tool om jongeren te empoweren. Met spoken word kunnen mensen hun eigen verhaal vertellen. Dat doe ik ook op scholen, in musea en dergelijke. Spoken word is meer dan een kunstvorm. In de basis is het: je eigen verhaal op een krachtige manier vertellen. Iedereen kan het en je hoeft niet per se spoken word artist te willen worden. Ik sta nu vaak voor de klas en leg uit hoe ik mezelf en mijn mogelijkheden heb ontdekt door te schrijven. De ene workshop is de andere niet, rap workshops vind ik vaak te oppervlakkig. Met spoken word zoek je meer inhoud op, geef je diepte aan je woorden mee. Iedereen heeft een verhaal, vind ik, en tijdens een sessie met leerlingen in een klas gaan mensen zich zelf serieus nemen, het heeft effect op ze. Veel leerlingen weten van elkaar ook niet wat er speelt. Als ik spoken word doe met een schoolklas schep ik eerst een safe space en daarna gaan we teksten maken. Doordat de leerlingen die zelf hebben geschreven en die teruglezen zien ze wat ze zelf onder woorden kunnen brengen en dan zie je ze steeds meer de diepte ingaan.”

Ondernemerschap

Spoken word kunstenaars vinden het gewoon om over zichzelf als cultureel ondernemer te spreken. Stadsdichter Derk Otte: “Collega’s en beginnend schrijvers probeer ik twee dingen te leren: durf jezelf te onderscheiden als kunstenaar en organiseer je werk op een zakelijke manier. Als je niet weet hoe je iets zakelijk goed moet regelen, vraag het dan aan anderen. Vraag geld voor optredens, anders hou je die markt zwak. Dat we als spoken word kunstenaars economisch nog zwak zijn ligt voor een deel ook aan onszelf. De hele scene moet professioneler worden. Daar probeer ik tips in te geven. Je begint als kunstenaar met de inhoud, het verhaal dat je wil vertellen. Maar je loopt al snel tegen de zakelijke kanten aan. Ik probeer een goed evenwicht te vinden tussen zakelijke dingen die geld opleveren en activiteiten waar je niets aan overhoudt. Van commerciële klussen leer ik veel, ook leveren ze geld op waarmee ik tijd kan vrijmaken voor boeken waar ik gekeken naar de tijdsinvestering niets aan overhoud. Wel trek ik een grens in commercie, voor bijvoorbeeld alcoholmerken en tabaksmerken ben ik niet beschikbaar. En soms werk ik pro deo, bijvoorbeeld voor Daniël den Hoed. Ik beslis alles zelf, die vrijheid wil ik hebben en dat kan, als ik daarnaast gewoon betaald wordt voor mijn werk. En dan niet alleen voor de tien minuten die ik op het podium sta maar ook voor al die uren die ik voor de voorbereiding van een optreden nodig heb. Een gedicht is geen essay dat je vloeiend achterelkaar doorschrijft.”

Brooklyn Mozes: “Ik doe veel met Productiehuis Flow, optredens, studio en label, maar toch heb ik me lang geen ondernemer gevoeld. Nu ik sinds een half jaar moeder ben begint dat te veranderen. Ik voel me nu meer verantwoordelijk, in elk opzicht omdat ik haar de wereld wil kunnen aanbieden.”

Elten Kiene ontwikkelde zijn ondernemerschap al vanaf de tijd dat hij naar de kunstacademie ging en blijft dat door ontwikkelen. “Ik presenteer het programma Woorden Worden Zinnen en door de ervaring met dit presenteren heb ik me de laatste jaren ontwikkeld tot host. Ik kan allerlei programma’s en evenementen hosten, ook buiten spoken word, en dat is een van mijn skills. Spoken word is dus allang niet meer het enige wat ik doe. De spoken word scene moet zich professioneler ontwikkelen, er moeten meer schalen, meer niveaus komen: Je moet je als spoken word artist kunnen ontwikkelen, rustig van het ene niveau naar het andere kunnen doorgroeien. Je moet gewoon betaald worden voor je uren. In het begin moet je strijden, maar als je eenmaal goed genoeg bent dan moet je daar als professional van kunnen leven.”

Toekomst van de scene

“De spoken word scene in Rotterdam gaat veranderen”, meent Derek Otte. “Kunstenaars brengen bundels uit met hun teksten, dat is nieuw in deze wereld. Ik mis nog wel meer uitdaging in de scene, er mag wel meer vernieuwing komen, ik zie weinig ‘brede’ creativiteit. Ik vind dat veel kunstenaars meer uitgedaagd moeten worden om onderscheidend te zijn. Zelf wil ik na mijn periode als stadsdichter graag een avondvullend theaterprogramma maken en daarmee op tournee gaan. Gedeeltelijk voorbereid en gedeeltelijk improviserend met het publiek. Ik wil graag onderzoeken wat je in een spoken word programma op het podium met muziek kan doen, wat met video. Zo wilde ik in 2015 ook de overstap naar papier maken; ik vroeg me af wat er gebeurt als het element van de voordracht wegvalt, wat houd je dan over? Daar kwamen de bundels Regelgeving (2015) en TOFLOF (2017) uit voort.”

“Spoken word in Rotterdam is wel veranderd”, zegt Brooklyn Mozes. “Vroeger wilde ik weg uit Rotterdam en naar de Verenigde Staten vertrekken. Daar ben ik geboren. Maar er zijn de laatste jaren zoveel platforms in Rotterdam bijgekomen. Hier is het op dit moment veel spannender. In de Verenigde Staten ben ik een van de velen. Daar heb je bij wijze van spreken op iedere straathoek wel een café met een open mic. Hier in Rotterdam ben ik een van de makers, hier kan ik spoken word op de kaart zetten. Ik werk op Rotterdam Zuid, ik woon op Rotterdam Zuid, daar wil ik nooit meer weg. Rotterdam Zuid is waar ik thuis ben, dat is mijn basis.”

“Er is veel veranderd in de spoken word scene in Nederland” stelt Elten Kiene. “Steeds meer mensen willen een eigen podium, maar je vraagt je wel af waarom. Nu het goed gaat met spoken word wil iedereen het gaan doen. Maar er gebeurt al veel. Er wordt jammer genoeg veel georganiseerd door mensen die te weinig om zich heen kijken en die teveel met zichzelf bezig zijn. We moeten oppassen voor overkill. Ik maak nu mee in Rotterdam wat je tien jaar geleden al in Amsterdam zag, teveel gelijksoortige optredens. Dezelfde artiesten staan met dezelfde teksten op te treden in dezelfde stad. Dat moeten we niet willen, dat moet je in de programmering voorkomen. Als je breed programmeert heb je ook een breed publiek.”

Bas Kwakman van Poetry International is optimistisch over de veranderingen die hij waarneemt. “Ik zie langzaam die verbreding en verdieping ontstaan in de wereld van spoken. Nieuwsgierigheid naar andere vormen. Dat debat, dat is wat ik wil. Iedereen heeft eigen ideeën over hoe poëzie werkt op het podium en ik wil die twee werelden bij elkaar brengen. Daardoor zal langzaam maar zeker de definitiekwestie over wat spoken is verdwijnen. 010 says it all heeft de vliegwielfunctie om het debat op gang te brengen en te houden.”

“Je schrijft poëzie voor het podium anders dan voor het boek. Poetry International is bij uitstek een podiumfestival, wij denken net als de organisatoren van spoken-evenementen altijd na over hoe poëzie het best op het podium werkt. Onze dichters zijn zich meer en meer bewust geworden van de manier waarop een gedicht op een podium werkt. Sommige dichters herschrijven zelfs hun gedichten als ze voor een publiek moeten voordragen. Aan die bewustwording onder dichters heeft Poetry International zeker bijgedragen. Overigens kan een dichter die stil en fluisterend op een podium staat nog steeds een heel goede performer zijn.”

“Wij zijn voor ons festival erg geïnteresseerd in de ontwikkelingen in Afrika. Daar heeft spoken word een belangrijke, politieke en maatschappelijke functie, voortkomend uit de sterke orale traditie op dat continent. Poetry International biedt podia aan zowel dichters als dergelijke spoken word artists. Ik zie die werelden naar elkaar toegroeien door een wederzijdse nieuwsgierigheid.”

Is spoken word een machowereld, vragen wij. “Niet meer”, zegt Kwakman. “Ook binnen de spoken wereld zie je een sterke opkomst van vrouwen. Wij proberen op Poetry International de balans tussen mannen en vrouwen te bewaren. Maar vrouwen zijn op dit moment wel de betere dichters.”

Een voorbeeld van een opkomende vrouwelijke spoken word artist is Brooklyn Mozes. “Ik ben nu bezig met een one woman show. Y.M.P. heeft mij hiermee uitgedaagd. Die show gaat over de kracht van vrouwen. Als het om mijn toekomst gaat ben ik optimistisch en realistisch tegelijk. Ik zie ons weleens op Broadway staan, maar ik ben ook realistisch. Met het team van FLOW dat we nu hebben werken we hard, we groeien nog steeds en we zullen blijven groeien. Het team is een grote familie, we steunen elkaar in alles.”

Subsidie en overheidsbeleid

In Rotterdam wordt stevig gediscussieerd over de richting van het cultuurbeleid voor de komende jaren en daarbij in het bijzonder over de verhouding tussen de ’gevestigde’ instellingen en de nieuwkomers. (Zie daarover de artikelen van Soraya Putman in het vorige en dit nummer van Puntkomma.) Het onderwerp leeft in de wereld van spoken word.

Derek Otte: “Ik ben helemáál niet tegen de gevestigde orde in de culturele wereld, maar ik vind wel dat veel grote clubs in Rotterdam te makkelijk voor vier jaar geld krijgen, ook al hebben ze veel moeite om het Rotterdamse publiek te bereiken. Terwijl andere clubs dat publiek wel bereiken, maar die durven geen geld aan te vragen of weten niet hoe ze dat moeten doen. Ik wil een eerlijkere verdeling van het subsidiegeld. Dat is namelijk geen overheidsgeld maar publieksgeld. Wij betalen dat. Het is niet eerlijk dat bijvoorbeeld spoken word-artiesten onze relevantie zelf moeten aantonen, terwijl anderen door de overheid veel te makkelijk voor relevant worden aangezien. Niet dat ik vind dat individuele kunstenaars subsidie moeten krijgen, trouwens. Die moeten voor hun optreden gewoon normaal betaald worden, ze moeten gelijkwaardig kunnen binnenkomen bij een organisatie. Je moet als organisator van spoken word bij een instelling langs kunnen gaan en zeggen: ‘U heeft een probleem, u bereikt het publiek niet. Wij hebben een oplossing voor uw probleem, wij bereiken dat publiek wel.’ Met die instelling moet je structureel samen kunnen werken, niet incidenteel en al helemaal niet gratis en voor niets. Het wordt tijd dat de spoken word scene wat brutaler wordt!”

Elten Kiene: “Ik ben een optimist, ik vraag me zelf altijd af: wat is gelukt? Niet: wat is niet gelukt? Ik wil me niet te veel focussen op negatieve dingen, maar mogelijkheden zien. Ik kijk naar de potentie van mensen en van programma’s. Ik ben niet beter dan anderen, maar ik durf misschien meer. Ik zeg: meld je aan, treed op en creëer je eigen wereld. Ik reageer graag en snel op mogelijkheden, daarom zie ik zo’n samenwerking met Poetry International ook wel zitten. Ik zie niet vooral concurrentie maar wil gebruik maken van wat zich aan mogelijkheden aandient.”

Bibliotheek Rotterdam

Naast Poetry International is er nog een grote Rotterdamse culturele instelling bijzonder geïnteresseerd in de spoken word scene. Voor Bibliotheek Rotterdam is spoken word van belang omdat daarmee een doelgroep wordt bereikt die voor de Bibliotheek niet vanzelfsprekend is. “Jongeren zijn gratis lid van de Bibliotheek tot hun achttiende jaar en daarna raak je ze eigenlijk kwijt. Ze moeten dan betalen voor hun lidmaatschap en dat concurreert met de vele andere zaken die er op die leeftijd bijkomen en ook geld kosten”, zegt Theo Kemperman, directeur van Bibliotheek Rotterdam. ”Dat is niet typisch Rotterdams, dat zie je overal in Nederland. Spoken word is een goede manier om toch binding met jongeren te houden. Wij bieden de spoken word scene hier een podium, op het Jongerenplatform van de Centrale Bibliotheek aan de Binnenrotte, maar ook met evenementen in de filialen.” 

“Bibliotheek Rotterdam zit in een transitieproces. Van een instelling die vooral boeken uitleent zijn we een platform geworden dat heel veel communities in de stad bereikt en ondersteunt. Meer kleine vestigingen in de wijken, dichtbij mensen, in winkelcentra en op scholen, zo flexibel dat je er de boekenkasten kunt verschuiven en er een podium kunt neerzetten, zonder al te veel dure techniek. Wij als bibliotheek willen een platform zijn waarop mensen met elkaar in contact gebracht worden en waar netwerken ontstaan.” 

“Wij zijn als Bibliotheek Rotterdam coördinator van de stadsdichter en we houden zijn agenda bij, begeleiden hem. De keuze voor Derek Otte als stadsdichter komt uit een breed samengestelde commissie en wij als Bibliotheek zijn blij met die keuze, hij is de eerste stadsdichter die een voor ons vaak moeilijk bereikbare doelgroep aanspreekt. Een doelgroep die zich zo vanzelfsprekend bezig houdt met spoken word dat het zich niet realiseert met dichtkunst bezig te zijn. Derek Otte is een belangrijke ambassadeur van het medium spoken word, hij heeft veel ambitie, een tomeloze energie, en laat zich overal zien. Als zijn benoemingsperiode straks afloopt willen wij zelf door kunnen gaan met deze communities, ze begeleiden, ondersteunen en een podium bieden.” 

“Spoken word is groot in Rotterdam en het is goed dat we daar grassroot aan kunnen bijdragen met ons jongerenpodium, met onze festivals en evenementen. Spoken word gaat niet meer weg. Onze programmeurs organiseren bijna drieënhalf duizend activiteiten per jaar in de stad. De afdeling staat in contact met veel communities die zichzelf organiseren. We hebben daar mensen voor aangenomen die op de achtergrond werken aan het opbouwen van netwerken met de communities. We hebben echt wat te bieden.” 

“Ik wil dat mensen met taal kunnen spelen, dat is waarvoor we zijn. We hebben niet per se een kwaliteitsoordeel over de manier waarop mensen met taal omgaan. De Bibliotheek heeft een breed aanbod, we hebben hier alles, van pulp tot high brow literatuur, van kook- en reisboeken tot buitenlandse romans. Die brede smaak zit in de genen van het bibliotheekwerk. Maar we zijn eigenlijk nog veel breder: we willen nadrukkelijk niet alleen over boeken gaan, maar over taal zelf. We willen op meer fysieke plekken in de stad aanwezig zijn, flexibel, maatwerk biedend met partners, maar ook veel sterker worden in de digitale wereld, een digitale bibliotheek ontwikkelen voor alle Rotterdammers.”

Next Generation Speaks

In september jongstleden organiseerde Woorden Worden Zinnen samen met de Rotterdamse organisatie Roots & Routes een internationale conferentie over spoken word, met als programmatische titel Next Generation Speaks. Spoken word organisaties en kunstenaars uit Zuid-Afrika, Nederland, België, de VS en het VK kwamen bijeen in de Centrale Bibliotheek en stelden zich vragen over hoe jongeren een stem te geven, jongeren centraal te stellen en een wereldwijde beweging op gang te brengen. Een organisatie als Youth Speaks uit San Francisco formuleert een brede maatschappelijk-politieke doelstelling: ‘Youth Speaks exists to shift the perceptions of youth by combating illiteracy, isolation, alienation, and silence, creating a global movement of brave new voices.’ Op de conferentie werden veel krachtige uitspraken in deze geest gedaan: spoken word geeft jongeren woorden, words that change the world. Jongeren die beschikken over expressieve taal kunnen optreden als agents of social change. Waarbij opviel dat de Nederlandse vertegenwoordigers van de spoken word beweging zich in minder sterke bewoordingen uitlieten over maatschappelijke relevantie. Empowerment van jongeren, jawel, maar spoken word is ook een kunstvorm die mainstream wil worden.

Een paar maanden voor deze conferentie speelde het gezelschap BackBone van Alida Dors herhaaldelijk de voorstelling True colors in een tent op de Parade in Rotterdam. Eerder was een langere versie van True Colors te zien geweest in de Theater Rotterdam. Een dansvoorstelling, geïnspireerd door zowel hiphop als hedendaagse dans. In de voorstelling ook opvallend videobeelden, een klassiek geschoolde zangstem en een spoken word kunstenaar. Zo werd spoken word op een vanzelfsprekende manier geïntegreerd in een dansvoorstelling met elementen van videokunst en opera. Spoken word leeft al in twee werelden. Enerzijds voegt het soepel in bij andere podiumkunsten. Anderzijds heeft het een activistische kant, is spoken word een vorm van maatschappelijke en pedagogische actie: Jongeren krijgen de woorden aangereikt om zelf de eigen wereld vorm te geven, de wereld van superdiversiteit en inclusiviteit. •

Misschien vind je dit ook leuk