Stadmaken

Over dynamiek heeft het centrum niet te klagen

Vier initiatieven in een Verbonden en Veerkrachtige Binnenstad
Door
Hugo Bongers

Bewoners, ondernemers en instellingen reageren op de veranderingen in de binnenstad van Rotterdam. Er gebeurt veel en de ‘verdichting’ van de binnenstad werpt niet alleen letterlijk een schaduw. Wat betekenen al die nieuwe bewoners voor het woon- en leefklimaat in de stad?

Onder de overkoepelende term ‘Verbonden en Veerkrachtige Binnenstad’ worden in dit artikel enkele stadlabs en andere initiatieven in het centrum van de stad beschreven. Die stadslabs en initiatieven hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat ze reageren op de verdichtingsprojecten van ontwikkelaars en gemeente en dat ze gericht zijn op slimme combinaties van wonen, werken en recreëren in de binnenstad. Ze reageren op de actuele dynamiek van de binnenstad. Want over dynamiek heeft het centrum van Rotterdam niet te klagen. Er gaan bosjes heipalen de grond in, woontorens worden opgetrokken, veel en fraai groen aangelegd, luxe trottoirtegels neergevlijd. Fietspaden worden verbreed, leegstaande plinten gevuld (vooral met horeca) en parkeerplaatsen vervangen door terrassen. Leegstaande kantoren worden hotels, woningen of flexwerkplekken. Die dynamiek heeft gevolgen voor het woon- en leefklimaat. Bewoners en ondernemers organiseren zich, zetten zaken in beweging en leveren commentaar en weerwerk. 

In dit artikel concentreer ik me op twee stadslabs en twee andere initiatieven die een vergelijkbaar karakter hebben. Dat is een keuze, want er is meer aan de hand in de binnenstad. Er leeft van alles. In sommige gebieden bestaat er al lang een vorm van bewonersparticipatie. Zo heeft het Oude Westen al sinds decennia een bewonersorganisatie die nog uit de tijd van de stadsvernieuwing stamt. Hieronder ga ik in op vier gebieden waarin recent initiatieven zijn opgekomen. Ik beschrijf hierna de ontwikkelingen in de wijk Cool-Zuid, Maritiem District en de buurt rondom de Hoogstraat, plus een uitloper van de binnenstad richting Zomerhofstraat in de Agniesebuurt in Noord. In hun ontstaan en functioneren zijn die vier organisaties niet identiek, want er zijn verschillen als het gaat om initiatief, eigenaarschap, participatie en financiering. Een kort overzicht over ontwikkelingen in het centrumgebied en Zomerhofkwartier.

Stadsvisie

Tien jaar geleden stelde de gemeente Rotterdam een visie vast op de stad voor de periode tot 2030. In deze Stadsvisie wordt de bouw van een kleine 60.000 nieuwe en verbeterde woningen voor heel Rotterdam aangekondigd, zoveel mogelijk in de bestaande stad. De doelstellingen achter dit beleid zijn helder: “Woningen bouwen in de bestaande stad verhoogt het aantal bewoners, creëert meer koopkracht, versterkt het draagvlak van voorzieningen en bevordert het aantal midden-en hoge inkomens in de stad.”1 Bijkomende voordelen zijn een verminderde druk op de ruimte buiten de stad, kortere verplaatsingen, meer gebruik van milieuvriendelijk vervoer. Een andere doelstelling in Stadsvisie is het bevorderen van gentrification in de wijken rondom het centrum: “Door huurwoningen te verkopen, particuliere woningverbetering voor huiseigenaren aantrekkelijk te maken, de buitenruimte te verbeteren en ruimte te bieden aan horeca en de creatieve economie in de oude stadswijken, stimuleren we het proces van gentrification.”2

Stadsvisie werd, zo bleek later, kort voor de hausse in de conjunctuur vastgesteld. Een half jaar later zette de economische crisis in. De uitvoering van Stadsvisie kwam niet goed op gang. Met behulp van gemeentelijke steun kwamen wel enkele iconische gebouwen tot stand, verschenen enkele nieuwe woontorens en een enkel nieuw kantoorcomplex, maar de meeste plannen bleven in de la liggen. Nu de economie aantrekt en internationale beleggers en pensioenfondsen weer bulken van het goedkope geld gaan voor iedereen zichtbaar de remmen eraf. ‘Wat betekent dat bouwen en die gentrificatie voor de eigen wijk?’ vragen zittende bewoners en ondernemers in het centrum zich af. Kunnen al die belangen die Stadsvisie zo makkelijk op één tapijtje samen veegt wel zo makkelijk gecombineerd worden? Wie zich bijvoorbeeld in de ‘gentrificerende’ wijk Cool-Zuid wil vestigen vraagt zich toch eerst wel af hoeveel ruimte de gemeente nog aan de opdringerige horeca in de Witte de Withstraat wil bieden. Dat juist in wijken met veel dynamiek behoefte is aan stadslabs is niet verbazingwekkend.

Rustig wonen in het centrum

De verdichting van de binnenstad treft twee wijken in het bijzonder, omdat ze in de door de gemeente aangewezen zone voor hoogbouw liggen. En hoog is hier ook echt hoog, tot 150 meter toe. Het zijn het Wijnhaveneiland, waar al de nodige woontorens zijn verschenen, en de wijk Cool-Zuid, met name in het oostelijk deel daarvan, het Baankwartier. Voor beide gebieden geldt dat het relatief luwe plekken zijn, een beetje buiten de hectiek van het centrum. Het stadsverkeer raast er (grotendeels) omheen. Dat is anders in binnenstadskwartieren als Central District (rondom Rotterdam Centraal), de Lijnbaan en het Laurenskwartier waar winkels, werk, recreatie en wonen elkaar dichter op de huid zitten. In het Maritiem District en in Cool-Zuid is het redelijk rustig wonen. Dat relatief rustige woonklimaat binnen een druk stadscentrum kan nog versterkt worden door de bouw van nieuwe woontorens. In de stadslabs Maritiem District en Cool-Zuid vraagt men zich af hoe die potentiële winst van versterking van het woonklimaat ook daadwerkelijk kan worden gerealiseerd. Wat moet daarvoor naast de woningbouw nog meer gebeuren? De antwoorden verschillen, want die gebieden hebben een verschillende identiteit.

Cool-Zuid

Het Stadslab Cool-Zuid is sinds begin dit jaar bezig en is de opvolger van het Stadslab Baankwartier dat vorig jaar functioneerde. Het Baankwartier was een van de eerste gebieden waar de naoorlogse wederopbouw ter hand werd genomen. Er kwamen veel bedrijfsgebouwen die de laatste jaren hun functie verloren. Er zijn veel zorginstellingen in het gebied gevestigd, waaronder enkele grote zoals het Oogziekenhuis, BouwmanGGZ (tegenwoordig Antes) en de GGD. Er is onderwijs, een hotel, drie kerkjes, wat woningen, garages en een luidruchtige brandweer-en ambulancepost. Een gemengd gebied dus, gelegen in de luwte tussen de Westblaak, het Vasteland, de Schiedamsedijk en Schiedamse Vest (waarbij het gedeelte ten noorden van de Schilderstraat tot aan de Westblaak in het stadslab buiten beschouwing blijft). De komst van woontorens op de plek waar verouderde bedrijfsruimte wordt afgebroken geeft het gebied meer en meer een woonkarakter. Dat vraagt om voorzieningen die dit wonen ondersteunen. 

Het Stadslab Cool-Zuid breidt het gebied uit: Ook de woningbouw ten westen van de Schiedamse Vest tot aan de Eendrachtsweg wordt meegenomen. Een gebied met prachtige negentiende-eeuwse particuliere woningen aan bijvoorbeeld de Kortenaerstraat en de Schiedamsesingel en sociale woningbouw in de zijstraten van de Witte de Withstraat. Die verbreding van het Stadslab blijkt goed te werken, want het accent komt nu meer en meer te liggen op het gesprek over wijkvoorzieningen die het wonen kunnen versterken. De ontwikkelingen in het Baankwartier worden ‘opgetild’ naar het hele gebied; het oostelijk en het westelijk deel van Cool-Zuid worden meer als eenheid gezien. Er is in het algemeen behoefte aan meer groen, niet alleen voor sport maar met een ruimere blik op welbevinden en gezondheid van alle leeftijdsgroepen. Zou bijvoorbeeld het plein ’t Landje, nu een stenig plein voor kinderen en jongeren, een groen wijkparkje kunnen worden voor alle bewoners? Hoe kan de parkeerdruk in het gebied worden aangepakt, met name op de uitgaansavonden? Hoe de sluiproute die de Schiedamse Vest feitelijk is, aan te pakken? Hoe de horecadruk vanuit de Witte de Withstraat te weerstaan? Zijn er ontmoetingsmogelijkheden voor senioren en hoe komen we eigenlijk aan een huisarts of een gezondheidscentrum in dit gebied? De komst van de woontorens zal de vraag naar allerlei voorzieningen hoe dan ook doen toenemen, zeker in combinatie met de nieuwbouw op het naastgelegen Wijnhaveneiland.

Maritiem District

Het Wijnhaveneiland begon zijn naoorlogs bestaan als werkplek. Er werd niet gewoond noch gerecreëerd. Pas in 1981 komen de eerste bewoners in kleinschalige woonprojecten op de koppen van de pieren van de Leuvehaven. In 1989 volgen de drie witte woontorens aan de Boompjes, die met hun rug naar het centrum staan. In het Binnenstadsplan van 1986 krijgt het hele gebied (dat overigens naar het oosten doorloopt tot pakweg het Havenziekenhuis) de naam Waterstad. Daarmee krijgt het de bestemming ’maritieme recreatie en toerisme’, naast het werken in de kantoortorens aan de randen van het gebied en het wonen daarbinnen. Het gebied zou ook de verbroken relatie tussen de stad en de rivier moeten herstellen. Nu het aantal bewoners toeneemt, is de vraag hoe het wonen zich verhoudt tot het werken en tot de recreatieve activiteiten in het gebied. En lukt het om een goede verbinding vanuit het centrum met de rivier te vormen?

Het Maritiem District wordt gekenmerkt door water en kades. Vroeger waren grote delen van dat water leeg, maar door toedoen van waterbeheerder Stichting Erfgoedhavens, de beheerder van de havenbekkens, liggen historische schepen verspreid over het hele gebied. Daarnaast is er een bewonersinitiatief dat leidde tot de ligplaats voor kleine jachtjes en sloepen: The Red Apple Marina. Maar alleen boten neerleggen in het water is niet voldoende om levendigheid in het gebied te brengen. Boten alleen, zelfs al zijn ze bewoond, geven weinig vertier. Hoe worden de kades eigenlijk aangekleed? Meer groen op de kades zou welkom zijn, net als de mogelijkheid om er te kunnen joggen en sporten.

De discussie in het Stadslab Maritiem District gaat ook over vragen als mogelijke tegenstrijdigheden tussen levendigheid en rustig wonen, over de invulling van plinten. Saaie kantoren en ingangen van woontorens met alleen brievenbussen en een fietsenstalling maakt de buurt er niet leefbaarder op. Het is van groot belang hoe de plinten van die nieuwe woontorens worden ingevuld. Een terrasje zoals voor het Ibishotel is prettig. Ingangen van parkeergarages zijn nodig, want de straat biedt steeds minder ruimte voor parkeren, maar die ingangen mogen in de plinten niet domineren.

De stemming in het Stadslab Maritiem District is niet negatief. Men merkt dat het drukker is geworden in de wijk; er lopen meer mensen rond, er wordt meer geflaneerd. Deze zomer vond er de eerste editie van een geslaagd festival Rotterdam Water Weekend plaats. Er is overwegend goede horeca. Nu moet er verder worden gewerkt aan een sterkere invulling van de plinten. Helaas, een passend initiatief als het Stripmuseum is al weer verdwenen. Het Stadslab zou een agenda moeten opstellen van acties die moeten worden genomen om, net als in Cool-Zuid, de woonfunctie te versterken met voorzieningen in de sfeer van groen, recreatie, gezondheidszorg en dergelijke. Op dit moment ligt het ‘eigenaarschap’ van het stadslabs nog te weinig bij de bewoners en ondernemers in het gebied zelf, dus er is ook nog wel een organisatorische klus te doen als het gaat om de vormgeving van het participatieproces.

Ontdek het Hoogkwartier!

Ondernemers en bewoners van de Hoogstraat, het oostelijk deel van de straat voorbij de Mariniersweg, namen het initiatief om het historisch belang van de wijk te onderzoeken en te promoten. Het gebied rondom de Hoogstraat ligt niet in de hoogbouwzone waardoor geen grote ingrepen te verwachten zijn. Het gebied wordt wel gekenmerkt door historisch interessante wederopbouwarchitectuur. Het rustige woonkarakter van de buurt wordt op prijs gesteld. Het grootste knelpunt leek jarenlang het ontbreken van ‘loop’ in dit deel van de Hoogstraat. Dat stuk tussen Mariniersweg en Oostplein kende jarenlang veel leegstand. Maar zie, de straat lijkt herboren met goede, gespecialiseerde winkels en rustige horeca. Er zit weer leven in, ook omdat veel meer dan in het eerste deel van de Hoogstraat (vanaf de HEMA) een betere mix te vinden is van winkels en woningen. Ook na zes uur ’s avonds is het er levendigheid.

Het initiatief van de Hoogstraatbewoners en ondernemers is inmiddels tot de hele wijk rondom de Hoogstraat uitgebreid. Uit het recente gidsje Ontdek het Hoogkwartier!, over de vele hotspots en creatieve en lifestyle-ondernemers in de buurt, spreekt trots over de transformatie die hier sinds een paar jaar aan de gang is. Aan de rand van de wijk kreeg recent Het Industriegebouw aan de Goudsesingel door de nieuwe eigenaar nieuw leven ingeblazen, met een steeds levendigere plint aan alle zijden. Dat een wereldberoemd architectenbureau als MVRDV aan het Achterklooster ging zitten en dat een echte Rotterdamse winkel als Groos het hippe Schieblock verliet en ook een deur aan het Achterklooster opende is winst voor de buurt, net als de verhuizing van de Kunstuitleen van de Nieuwe Binnenweg naar de Goudsesingel. Groos is overigens ook de programmeur van het pand en helpt de eigenaar om het een goede invulling met huurders te geven.

Het Hoogkwartier (zoals de buurt zichzelf is gaan noemen) heeft een positieve identiteit gekregen: Rustige woonstraten in een karakteristieke wederopbouwstijl en daarnaast een goede mix van wonen, werken, winkels en horeca. Een interessante ontwikkeling is nog mogelijk met het verbeteren van het groene hart van dit gebied, het parkje en speelplein aan de Kipstraat. De link met het Oostplein, met gemak een van de saaiste en slechtst vormgegeven pleinen van de stad, en dus de verbinding met ‘de weg naar Kralingen’, vraagt om uitwerking.

ZOHO

ZOHO, de gebruikelijke afkorting voor het Zomerhofkwartier, is een stukje stad gelegen in de Agniesebuurt, eigenlijk buiten het centrum. Het is potentieel een interessante verbinding tussen het centrum en Rotterdam Noord, en wordt daarom vaak meegenomen in gesprekken over de ontwikkelingen van het centrum. Door de stedelijke uitstraling van de Hofpleinlijn en het voormalige Hofpleinstation kan het Zomerhofkwartier inmiddels wel gezien worden als een uitloper van de binnenstad. Achter de rug van een groot kantoor aan de Heer Bokelweg waar een ander wereldberoemd Rotterdams architectenbureau, OMA, huist, ontwikkelde het buurtje vol oude werkplaatsen en leegstaande kantoren zich de afgelopen jaren door de gezamenlijke inspanning van creatieve ondernemers en huisbaas Havensteder tot een plek vol beweging: Van een veganistisch restaurant, een hostel, een viltwerkplaats tot panden vol creatieve makers, het kunstenaarscafé EuroTrash Brewery en sinds kort een versmarkt in een grote hal, wellicht voor ‘de gewone Rotterdammer’ een betere plek dan de Markthal aan de Binnenrotte.

In 2013 begon het veranderingsproces op basis van slow urbanisme: een geleidelijke vernieuwing van de buurt zonder grote ‘eindvisie’. Pioniers in de buurt zochten en begeleidden andere nieuwe gebruikers. Inmiddels lijkt een volgende fase van het veranderingsproces in te gaan. ZOHOcitizens is opgestaan, een collectief van ondernemers, bewoners en andere betrokkenen in het Zomerhofkwartier. Die organisatie richt zich op zaken als de ondersteuning van creatieve netwerken van vormgevers en van het bevorderen van stadsnatuur in de buurt, op milieuverbetering (afvalscheiding). De nadruk die de afgelopen jaren lag op ondernemerschap gaat wel veranderen, want ook voor deze buurt zijn woningbouwplannen. Havensteder en de gemeente willen woningen toevoegen aan het Zomerhofkwartier. ZOHOcitizens ziet daar een mooie uitdaging in en heeft aangeboden om over die woningopgave mee te denken. Dat aanbod is aanvaard en dus komen er vragen aan de orde over de betekenis van meer wonen voor het gebied, over de sfeer, de identiteit, de buitenruimte, de ondernemers en het experiment. “Wij denken”, schrijft de buurtorganisatie op haar Facebookpagina, “dat je een bijzondere visie moet hebben voor deze ingewikkelde opgave. Tot september zullen we het gebied, de gebruikers, de identiteit en de vraag analyseren, de (vaak al aanwezige) kennis bundelen en toegankelijk maken. In september worden vier thema’s 4 weken lang door verschillende ZOHOcitizens en met experts onderzocht en gepresenteerd. De ‘resultaten’ zullen leiden tot een visie en een ontwikkelopgave.” Zien we hier niet op een vanzelfsprekende manier een stadslab ontstaan? Een lab dat net als in Cool-Zuid en het Maritiem District vertrekt vanuit het gegeven dat in centrumwijken het accent in de richting van wonen verschuift. De plannen van Stadsvisie worden ook hier langzamerhand werkelijkheid. 

Spannend wordt de manier waarop de ZOHOcitizens de relatie zullen aangaan met bewoners van het naastgelegen woongebied de Agniesebuurt, aan de noord zijde van de Teilingerstraat. De ontwikkelingen in ZOHO kunnen veel voor de Agniesebuurt betekenen, maar er lijken op dit moment nog maar weinig dwarsverbindingen te bestaan. ZOHO kan een zinvolle verbinding worden tussen het centrum van de stad en de woonwijken in Noord. ZOHO met een nieuw in te vullen woonbestemming kan, net als nu in Cool-Zuid en het Maritiem District het geval is, behoeften oproepen aan nieuwe voorzieningen als onderwijs, groen, gezondheidszorg en dergelijke die horen bij een goed woonklimaat voor een veel grotere buurt.

Verbonden

Het woord ‘verbonden’ in de beschrijving van de ‘Verbonden en Veerkrachtige Binnenstad’ (over veerkrachtig elders in dit nummer, op pagina 28) slaat niet alleen op de overeenkomst in ontwikkeling van de vier gebieden. Het gaat ook om meer fysieke verbindingen onderling. Hoe zijn de centrumwijken met elkaar verbonden voor voetgangers en fietsers? Welke routes moeten worden verbeterd, welke barrières opgeruimd? Cool-Zuid bijvoorbeeld zou een goede verbinding kunnen zijn tussen het Museumpark en het Maritiem District. Is er een rustigere wandel- en fietsroute denkbaar dan de overvolle Witte de Withstraat? Is het Maritiem District een goede schakel tussen het winkelhart van de binnenstad en de rivier? Kan de Schiedamsedijk, die Cool-Zuid en Maritiem District van elkaar scheidt, zo worden vormgegeven dat die minder als barrière wordt ervaren? Hoe de overgang van het eerste stuk Hoogstraat tot de Mariniersweg en het tweede stuk tot en met het Oostplein goed vorm te geven? Is er een betere route van centrum naar ZOHO denkbaar dan die via het smalle NS-tunneltje achter de Shelltoren? Kan ZOHO een goede verbinding vormen tussen het centrum en de woonwijken van Noord, parallel aan de drukke Schiekade/Schieweg? Deze en nog meer vragen komen in de verschillende stadslabs en discussietafels aan de orde. Zo krijgt het thema van de onderlinge verbinding van binnenstadswijken meer aandacht.

Vasthouden

De ontwikkelingen in de hiervoor beschreven stadswijken is nogal verschillend. Er is geen sterke regie over het geheel. AIR is de enige partij die alles wel zo´n beetje overziet. Maar ook die is niet in staat om alle stadslabs en andere binnenstadsinitiatieven te ondersteunen. Eén instantie die in staat is om onafhankelijke procesbegeleiding te ondersteunen is hard nodig. Anders zakken al die processen van ´participatie´ straks weer als een plumpudding in. Nu er zoveel leven in de binnenstad van Rotterdam zit, niet alleen door de fysieke dynamiek van de bouw maar ook door de organisatiekracht van bewoners en ondernemers, is het zaak om die kracht vast te houden, te benutten en te versterken. •

1 Stadsvisie Rotterdam; ruimtelijke ontwikkelingsstrategie 2030, vastgesteld door de Gemeenteraad op 29 november 2007, pag 61

2Stadsvisie Rotterdam, pag 70

Misschien vind je dit ook leuk