Column

Gapende leegte van de balkons

Door
Erik Beenker

Omdat ze vlakbij Amsterdam woont gaat mijn geliefde meestal daar naar het theater. Maar nu wilde ze naar een voorstelling die alleen nog in de Rotterdamse Schouwburg te zien zou zijn. ‘Heb je al gereserveerd?’ vroeg ze keer op keer. Nee, dat had ik nog niet en haar gedram ergerde me. ‘Doe dat nou’ drong ze aan ‘straks is ‘ie uitverkocht.’ Ik begon schamper te lachen. ‘Ja, in Amsterdam, maar dit is Rotterdam. Hier is bijna nooit iets uitverkocht en zeker niet een voorstelling over een laatmiddeleeuwse Franse filosoof die niemand hier iets zegt.’ Denigrerend vond ze het dat ik zo afgaf op Rotterdam en de Rotterdammers. ‘Wat een dédain.’ ‘Ja, ik zou willen dat het anders was, maar zo is het nu eenmaal.’ Maar dit keer had ik ongelijk. De solo van Koen De Sutter over Michel de Montaigne was bijna uitverkocht, de laatste kaartjes waren voor ons. Zwaar onder de indruk van De Sutters vertolking gingen we huiswaarts. ‘Nou’ zei ze triomfantelijk, ‘en helemaal uitverkocht.’ Ik zweeg beschaamd, tenminste dat zou ze kunnen denken, maar stiekem dacht ik: uitzonderingen bevestigen de regel.

Rotterdam is een heerlijke stad. Ook in cultureel opzicht. En daarbij zo knus. Toen ik zo’n dertig jaar geleden hier kwam werken, gaf iemand me de inburgeringstip dat als ik een half jaar lang naar zoveel mogelijke openingen, concerten en theatervoorstellingen zou gaan, ik alle mensen zou ontmoeten die ik de komende jaren zou blijven zien. En zo is het nog steeds. Rotterdam, die geweldige metropool, biedt in cultureel opzicht de overzichtelijke geborgenheid van een middelgrote provinciestad en ik kan het weten want ik kom uit Groningen. Bijkomend voordeel is dat je je nooit hoeft te haasten of tijdig te reserveren want bij een structureel gebrek aan belangstelling is er vrijwel altijd plenty plaats. En dat is al heel lang zo. Toen in de jaren ’70 en ’80 het Holland Festival nog in diverse steden plaatsvond kon je voor voorstellingen die in Amsterdam stijf uitverkocht waren, zoals bijvoorbeeld die van Pina Bausch, in Rotterdam vaak nog voldoende kaartjes krijgen. Of dat nu nog voor alle Rotterdamse podia opgaat weet ik niet, maar van de Rotterdamse Schouwburg weet ik het wel. Al te vaak zag ik in de grote zaal toptheater samen met anderhalve man (meestal vrouw) en een paardenkop. Voor dat handjevol publiek zou de capaciteit van de Kleine Zaal toereikend geweest zijn. Om die structurele leegstand wat te verbloemen kiest de Rotterdamse Schouwburg bij risicovoorstellingen (risico op weinig publiek) voor de tribuneopstelling. Het tweede balkon en vaak ook het eerste balkon worden dan afgesloten. Met het weinige publiek geconcentreerd op de tribune lijkt het dan toch nog wat met de belangstelling, al blijven de acteurs zicht houden op de gapende leegte van de balkons.

Ik weet het, ik ben een azijnpisser, maar laatst (vrijdag 6 april) las ik in de Volkskrant een recensie van Merlijn Kerkhof over een concert in Rotterdam die bevestigde wat ik al jaren vind: dat het maar niet opschiet met de vergroting van het publieksbereik in Rotterdam.

Au, denk je woensdagavond bij het betreden van de Doelen. De Grote Zaal van het Rotterdamse complex is met 2250 zitplaatsen de grootste klassieke-concertzaal van het land en door vorm en helling valt een lege stoel eerder op dan elders. Maar op z’n Rotterdams gezegd: Tering! Hooguit een derde van de stoelen is bezet. Je voelt de plaatsvervangende schaamte bij het publiek als de musici opkomen – sorry, wij kunnen er ook niets aan doen.

De artiest voor wie Rotterdam niet uitloopt heet Anna Prohaska (34). Ze is een van de meest begeerde coloratuursopranen ter wereld en te horen in de prestigieuze operahuizen van Europa. Logisch dat ze cover haalde van het Doelen Magazine – alleen had het weinig effect. Aan wie of wat ligt het? Ook grote namen als Teodor Currentzis en onlangs Ton Koopman keken naar een matig gevulde zaal. Natuurlijk: de samenstelling van de bevolking, opleidingsniveau en inkomen spelen mee, maar sinds de stad zo groeit en in allerlei lijstjes prijkt van plekken-die-je-moet-zien, zijn er weer twee redenen bijgekomen voor de Doelen om zich eens goed achter de oren te krabben.

Nou dat geldt dus niet alleen voor de Doelen. Hoog tijd voor een Rotterdamse Deltaplan voor de culturele instellingen om hun publieksbereik te vergroten. Tijd misschien ook om eens wat minder aandacht te besteden aan het slechten van drempels in een poging (blinde bekeringsijver wat mij betreft) mensen binnen te halen die zich toch niet of nauwelijks voor cultuur interesseren. Richt je op de doelgroep die potentieel wel zou kunnen komen want die is groter dan die anderhalve man en paardenkop die er nu vaak zit. •

Misschien vind je dit ook leuk