Kunst

De aanval: recensies over de expositie over het bombardement van Rotterdam

Verzoening, in dat teken staat de tentoonstelling De aanval. Mei 1940: vijf dagen strijd om Rotterdam. Het is althans de doelstelling die museumdirecteur Paul van de Laar meegaf aan deze tentoonstelling van Museum Rotterdam in de Onderzeebootloods in Heijplaat.
Door
Linde Varossieau & Hugo Bongers

Recensie tentoonstelling De Aanval door Hugo Bongers

Verzoening, in dat teken staat de tentoonstelling De aanval. Mei 1940: vijf dagen strijd om Rotterdam. Het is althans de doelstelling die museumdirecteur Paul van de Laar meegaf aan deze tentoonstelling van Museum Rotterdam in de Onderzeebootloods in Heijplaat.

Van de Laar wees er in een inleiding voor de Historische Vereniging Roterodamum afgelopen februari op dat oorlog een strijd is tussen mensen die in wezen niet elkaars vijanden zijn; het zijn regimes die mensen naar het front sturen. Voor de Tweede Wereldoorlog herbergde Rotterdam al een grote Duitse kolonie en had de stad veel contacten met Duitsland. De tentoonstelling is in nauwe samenwerking met het Militärhistorisches Museum Flugplatz Berlin-Gatow samengesteld. En naar dit Duitse collegamuseum reist de tentoonstelling later door. De samenwerking getuigt van een nieuw streven naar verbinding, getuige ook de vele teksten en beelden van Duitsers in de tentoonstelling zelf. In de inleidende zaaltekst van de tentoonstelling, vlak naast de kassa, luidt de conclusie: “De tentoonstelling De Aanval (…) zet 75 jaar na het begin van de Tweede Wereldoorlog een nieuwe stap in de verzoening tussen de buurlanden.”

Kan een tentoonstelling verzoening tussen mensen en tussen naties bewerkstelligen en hoe doet deze specifieke tentoonstelling dat dan? Ik heb grote twijfel of deze tentoonstelling in de Onderzeebootloods zo’n hooggestemde verwachting waar maakt, of wel waar kan maken. Wie daar rondloopt ziet op het eerste gezicht een goed ingerichte tentoonstelling met veel toegankelijke informatie. De gebeurtenissen tijdens deze vijf dagen die het karakter van de stad wezenlijk veranderden komen op verschillende plaatsen terug, telkens op een iets andere manier, vanuit een ander gezichtspunt verteld. Op het eerste gezicht lijkt het onnodige herhaling, overdaad, maar het maakt tegelijk duidelijk hoe veelvormig het verhaal van de geschiedenis is. Er zijn historische objecten, al zijn het er niet heel veel omdat daarvoor het klimaat in de Onderzeebootloods niet erg geschikt is. Informatief en esthetisch zijn verschillende platte vitrines met daarin de uniformen en uitrustingsstukken van diverse Duitse en Nederlandse militairen. Er zijn voldoende historische spullen, in een goede aanvulling op de zaalteksten met foto’s en vooral veel films, docu’s en andere bewegende beelden. Zeer informatief allemaal, goed en ruim neergezet, met veel doorkijkjes, educatieve hoekjes en dergelijke. Daar boven hangt de Heinkel-bommenwerper.

Toch is, wellicht door de inspanning om ook het Duitse standpunt te verwoorden, de hele tentoonstellingsaanpak wat rigide. Er komen in wezen in de tentoonstelling drie stemmen aan het woord: Nederlandse (militair-)historische deskundigen, ‘gewone’ burgers die deze vijf dagen meemaakten en Duitse militairen. De deskundigen van nu kijken op een neutrale, analytische manier terug naar de gebeurtenissen van toen. Voor de burgers die deze vijf oorlogsdagen en het bombardement meemaakten was het een existentiële schok. Voor de Duitse soldaten was oorlogsvoering hun werk, daarvoor waren ze tenslotte opgeleid. Deze drie verschillende benaderingen zijn in de presentatie goed herkenbaar naast elkaar geplaatst. Maar voor ons kijkers was en is de burger het slachtoffer, de Duitse soldaat was en blijft de aanvaller, de agressor. Van een synthese of verzoening is geen sprake, de drie verhaallijnen blijven onaangedaan naast elkaar staan. Bij mij riep daardoor wellicht de tentoonstelling weinig emotie op. Ik kreeg vooral een flinke dosis informatie. Want informatief is de tentoonstelling in ieder geval, met vaak spectaculaire beelden en goede animaties over de tactiek van beide partijen.

De tentoonstelling lijkt een lange periode van jaarlijkse grootschalige herdenking van het bombardement af te ronden. Het aantal mensen die ‘het’ hebben meegemaakt neemt snel af. We hoeven misschien niet meer te herdenken dat Duitsland ooit de agressor was die Rotterdam verwoeste. Voor de meeste generaties Rotterdammers is Duitsland een aangenaam vakantieland, voor jongeren is Berlijn een fantastische, hippe uitgaansstad. De Nederlandse economie is hechter verbonden met de Duitse Wirtschaft dan ooit. We vergaven de Duitsers hun oorlogsschulden. We delen nu ons legerkorps met de Duitsers. Politiek gezien is Nederland een trouwe bondgenoot van Duitsland. In alle Europese drama’s, ook die van de afgelopen maanden, werkten we nauw samen.

Met de tentoonstelling De Aanval kunnen we een punt zetten achter het herdenken. Niet van de ongeveer achthonderd slachtoffers van het bombardement, wel van de aanval zelf en van het vijandsbeeld dat daardoor ontstond. Nu is het zaak om te bezien hoe we onszelf er daarna bovenop hielpen, hoe we de ´wederopbouw´ ter hand namen en langs welke wegen we ons met de Duitsers verzoenden. Die verzoening vond al vanaf de jaren vijftig plaatsen en kreeg mede vorm in een verenigd Europa. Ik ben benieuwd hoe dit andere verzoeningsverhaal straks wordt verteld in het nieuwe stadshistorische museum aan het Rodezand. De Aanval is niet een nieuwe stap in een verzoeningsproces tussen naties zoals de zaaltekst suggereert, maar eerder een bevestiging en afronding van een langdurig proces van verzoening. En een uitnodiging om nog eens goed na te denken over de vraag hoe je dat eigenlijk doet, jezelf met je vijanden verzoenen. Daarover later graag meer. HB

 

Recensie De Aanval door Linde Varossieau

 Met de boot voer ik naar Heijplaat. Daar is momenteel de tentoonstellingDe Aanval te zien in de Onderzeebootloods. Eenmaal aan wal is een groot vliegtuig tentoongesteld, een voertuig met een totaal andere lading. Op de tentoonstelling loop je onder deze Heikel He 11 door met de wetenschap dat dit vliegtuig de bommen op Rotterdam heeft gegooid.

De Meidagen van Rotterdam, met als focus het bombardement op 14 Mei 1940. Wat er toen gebeurde wil de tentoonstelling je laten realiseren en het vliegtuig maakt het voelbaar. Er wordt veel informatie verstrekt over die dagen. De tactiek. Hoe de Duitsers de stad zijn binnengevallen. De uniformen. Maar ook hoe het chronologisch verliep. Velen hebben deze basiskennis al, dat is niet nieuw. Wel nieuw zijn de details waarop wordt ingezoomd. Deze tentoonstelling laat je er nog een keer bij stil staan.

Er wordt veel verteld via films, interviews, reconstructies en beelden uit die periode. Er was misschien net te veel film, maar dat is begrijpelijk. Je kan veel met film. Zoals de indrukwekkende beelden van de brandende huizen. Ook zijn de verhalen van mensen die de dagen zelf hebben meegemaakt te zien. Deze verhalen raken mij het meest. Als ze hun ervaringen delen, komt de vreselijke tijd het dichtste bij en kan ik mij beter inleven. 

Als je een band hebt met Rotterdam en de stad goed kent, komt de geschiedenis nog meer tot leven. Ik ging dingen herkennen op de films, probeer plekken aan te wijzen op de maquettes die er staan, en ga zo maar door. Dat is fascinerend. 

Bijzonder aan deze tentoonstelling is dat de Duitse kant wordt belicht (al had het nog meer gekund). Je krijgt op die manier een completer beeld van wat er allemaal is gebeurd. Daarbij geeft het aan dat we een stap verder zijn in het verwerkingsproces. Ondanks dat het gevoelig ligt, heeft de tentoonstelling de Duitse kant er bij weten te betrekken. 

Al is het onderwerp heftig, als ik eerlijk ben heeft de tentoonstelling mij minder geraakt dan ik had verwacht. Dit verbaast me want ik besef wel dat het een hele nare periode is geweest. Aan de andere kant, er alleen even bij stil staan kan al genoeg zijn. 

Toch had er voor mij nog iets anders gekund, ik had de ervaringen en emotionele kant meer willen zien. Zo had ik gehoopt op meer persoonlijke verhalen van mensen die de periode zelf hebben meegemaakt. 

Een verhaal dat me bij blijft, is het absurde verhaal van Jopie. Een klein meisje bij wie de Duitsers liedjes kwamen zingen zodat ze samen de geluiden van het bombardement niet zouden horen. Hier voelde ik de individuele gevoelens tegenover de militaire groep. Het maakt mij nieuwsgierig naar meer van dit soort verhalen. 

Ik vond het al met al zinvol, dat ik naar deze tentoonstelling ben gegaan. Zoals ik al zei, alleen realiseren wat er gebeurd is, is goed genoeg. Belangrijk is het namelijk om bij gruwelijke momenten terug te kijken. Niet alleen om het te vergelijken met nu, ook om de geschiedenis door te blijven vertellen, uit respect voor de mensen die het hebben doorgemaakt. Deze tentoonstelling vertelt alles weer. En toen ik terug ging met de boot probeerde ik plekken terug te vinden waar wat had afgespeeld. – LV

Misschien vind je dit ook leuk